Op zich is een extreme hittegolf vrij eenvoudig vanuit een versterkt broeikaseffect te beredeneren.
CO2 houdt uitgaande warmtestraling vast maar moet sterk concurreren met waterdamp en wolken. Daarom stelt aan het aardoppervlak de forcering weinig voor en is het verwarmende effect hogerop in de troposfeer het grootst. In een groot consistent hogedrukgebied komt weinig vocht en bewolking voor en is het CO2-broeikaseffect sterker. Verder dalen de opgewarmde bovenlagen naar beneden af. De zonnewarmte vanaf het aardoppervlak kan zich beter ophopen en spreidt zich bovendien in horizontale richting uit.
Je krijgt accumulatie van hitte door een regionaal sterkere forcering aan de troposfeer
van CO2.
Victor
( 486)
( 320)
( 261)
( 246)
( 283)
( 226)
( 187)
( 170)
( 205)
( 184)
( 189)
( 518)