De afsmelt in kubieke kilometers is vrij stabiel. Jaarlijks zo'n 18000 km3.
Bedoel je dan de smelt die hoort bij het seizoen (maximum minus minimum) of jaar-op-jaar smelt? In het eerste geval kom ik inderdaad ook op een vrij stabiele 18.400 km³ over de afgelopen vijf jaar (overigens betekent dit, dat de -relatieve- seizoensafsmelt toeneemt). Maar aangezien het maximum tegenwoordig nog maar 22.000 km³ is, blijft er hooguit 4.000 km³ over in de zomer. Als de dalende trend van 536 km³ per jaar in het maximum doorzet en de seizoensafsmelt in absolute km³'s zo gelijk blijft, halen we over (22.000-18.000)/536 ca. 7 jaar een ijsvrije zomer, met natuurlijke variatie erbij binnen 15 jaar.
Ga je echter kijken naar de jaar-op-jaar verandering in gemiddeld ijsvolume, dus los van de seizoenscyclus, zie je dat de afname toeneemt. Over 1981-1990 was de afname gemiddeld 240 km³ per jaar, over 2003 t/m 2012 was dat 655 km³. Dat betekent dat er nog drie of vier jaar is, voordat er een (nagenoeg) ijsvrije zomer is, met natuurlijke variatie erbij binnen 8 jaar.
Grafiek:
boven = maximum, gemiddelde en minimum in zeeijsvolume (in 1.000 km³)
onder = jaar-op-jaar verschil in jaargemiddeld ijsvolume met lineaire trendlijn
Gr. Ben
Quote selectie