Het recentelijke rapport 'Het Stedelijk Hitte-eilandeffect van Utrecht' van Willem van der Pas (zie link onderaan), is al even summier belicht in het algemene forum. Voordat het in de la verdwijnt, breng ik enkele resultaten graag nog een maal onder de aandacht. Ze zijn zeker de moeite van bestudering waard.
De onderzoeker heeft op vijf locaties in de stad Utrecht metingen verricht en ze vergeleken met de offciële stations De Bilt en Cabauw. De eerste grafiek laat de dagelijkse gang zien van de verschillen, links in de winter, rechts in de zomer. Zoals verwacht zijn de verschillen het grootst in de nacht, de verschillen zijn dan gemiddeld (!) een hele graad. Overdag zijn de verschillen klein, ook in de zomer. De slechte zomer van 2011 is daar debet aan.
Hoe groot de verschillen kunnen zijn, toont de tweede grafiek. (voor commentaar zie hieronder)
De verschillen in temperatuur zijn het grootst in koude nachten, bij hoge luchtdruk, weinig wind en bij weinig globale straling. Dat toont het derde plaatje.
Erg interessant is het vierde figuur. Het laat de afwijkingen van de temperatuur van De Bilt ten opzichte de stad Utrecht zien, afhankelijk van de windrichting. Bij westelijke wind is de temperatuur van het officiële meetstation bijna gelijk aan dat van de stad Utrecht zelf. Het hele stadseffect wordt meegenomen in de waarnemingen van het landelijke station.
De auteur komt in verband hiermee aan het einde van zijn onderzoek tot de volgende aanbeveling:
'Uit de scheve windroos van de Bilt en vergelijking met het landgebruik in de omgeving is gebleken dat het officiële KNMI station in de Bilt geen goed referentiestation (meer) is. Door verstedelijking van de omgeving en uitbreiding van zowel inwoneraantal als bebouwingsoppervlak van de stad Utrecht worden temperatuurmetingen in de Bilt sterk beïnvloedt bij windrichtingen van zuidzuidwest tot west. Aangezien de heersende windrichting in Nederland zuidwest is, kan worden geconcludeerd dat een groot deel van de metingen niet meer representatief is. Het officiële KNMI station in Cabauw lijkt een stuk representatiever, hoewel het dorp Lopik op slechts 500 meter naar het oosten gelegen is en de Lek op een zelfde afstand in het zuidoosten.'
Tot bijna tien graden verschil tussen binnenstad en platteland. Op een zomerse dag maar enkele graden verschil. Jammer genoeg levert het onderzoek geen waarnemingen van een hete, zonnige tropische dag.
De stad Zeist, ten oosten van De Bilt, oefent duidelijk minder invloed uit op de temperatuur van het hoofdstation. Men verklaart dit door het open karakter van de bebouwing van Zeist.
Quote selectie