Aan elkaar breien moet dus duidelijk wel, dat doet ijs ook

Het in een vorige vorstperiode gevormde ijs blijft namelijk in de sloten liggen (smelt niet weg in een korte dooiperiode, zeker niet in W'63) en groeit verder aan in de daaropvolgende periode enz, enz. Dat is de denkfout die je maakt.
In '85 was al het januari-ijs hier al weg alvorens de vorstperiode in februari begon. Het water was extreem afgekoeld in januari waardoor er zich in de februari vorstperiode zeer rap weer ijs kon vormen. Daar geldt dus duidelijk wèl dat die twee vorstperioden niet aan elkaar gebreid mogen worden.
[...]
Je moet de vorstperiodes tellen zoals ze zijn en er geen aan elkaar breien. Er is helemaal geen vorstperiode die liep van in december 1962 tot aan de Elfstedentocht van 17 januari 1963.
De eerste vorstperiode in de winter van 1963 liep van 1 tot 7 decemnber 1962 en scoorde in De Bilt 18,7 Hellmannen.
De tweede vorsperiode liep van 22 december 1962 tot 4 januari en scoorde 75,6 Hellmannen.
De derde vorstperiode liep van 6 januari 1963 tot 25 januari 1963 en scoorde 131,7 Hellmannen. De Elfstedentocht werd gehouden op de 17de, toen het Hellmangetal van die vorstperiode op bijna 100 stond.
Natuurlijk heeft in die winter met name de tweede vorstperiode een (grote) invloed gehad op de groei van het ijs naar de 17de toe, maar strikt genomen was dat een afzonderlijke vorstperiode. Ik beschouw dat echter als "voorgeschiedenis", net zoals de veel straffere vorstperiode van januari 1985 zeer zeker ook een invloed heeft gehad op de Elfstedenbrengende tweede vorstperiode die op 7 februari begon (alle ijs was nog niet weg en minstens waren de oppervlaktewateren nog zeer koud).
Quote selectie