kans op ijzel was.
Opnieuw twee opmerkingen hierbij.
Bij 2: dat is een punt inderdaad: vallende regendruppels nemen ongeveer de natteboltemperatuur aan. Meestal is tijdens regenval de relatieve vochtigheid wel erg hoog.
Bij 3: Dit is niet juist: als onderkoelde regen op de grond valt bevriest deze per druppel vrijwel direct. Dit gaat echt heel snel, omdat de mechanische trigger van het op de bodem vallen het onmogelijk maakt dat bij een temperatuur onder nul de waterfase kan blijven bestaan. Daarom wordt het ook op een bodem die nog iets boven nul is toch een ijsvloer. Dat blijft dan niet lang zo, maar het bevriezen gaat zeg maar momentaan. Je hebt dus bij onderkoelde regen nauwelijks de bodemtemperatuur nodig om af te schatten of het glad zal worden.
Punt 3 : daar is jouw uitleg onjuist. Dat is thermodynamisch niet te verdedigen. Ik begrijp de trigger maar er is ook nog de vraag naar thermodynamiek.
Hoe kan een onderkoelde druppel van pakweg -2 direct helemaal bevriezen? De smeltwarmte/stollingswarmte is daarvoor toch veel te groot. Als een klein deel is bevroren is zoveel stollingswarmte vrijgekomen dat de temperatuur van dat onderkoelde water naar 0 gaat. Geen onderkoeling meer en geen verdere bevriezing. Hoe zou je anders de stollingswarmte willen afvoeren? Daar heb je een temperatuurverschil voor nodig en dat verschil wordt tijdens het stollen weggewerkt. Alles 0 graden dus geen temperatuurverschil meer, geen warmte-overdracht.
[edit]Bewijs uit het ongerijmde: stel dat alles stolt, dan is 80 cal per g vrijgekomen. Waar blijft die warmte. Het ijs is 0 graden dus die warmte gaat waarheen? Wordt de bodem opgewarmd of de lucht? Dat is nu weer onmogelijk volgens de thermodynamica, want dat zou een warmtestroom van een kouder naar een warme lichaam betekenen. Het is dus onmogelijk.[/edit]
Dat betekent dat een kleindeel bevriest, en dat kan genoeg zijn. En zoals ik schreef: als de bodem een temperatuur boven 0 heeft zal in eerste instantie het ijs nog weer smelten totdat de bodem is afgekoeld tot 0 graden.
Hier is toch geen speld tussen te krijgen?
Dat zou je zeggen, maar vanochtend is op diverse plaatsen in het noorden van het land gebleken dat wat ik stel wel degelijk juist is: bij een lucht-en bodemtemperatuur van iets boven nul werd het toch al snel spekglad. Ik snap je thermodynamische bezwaar, maar in de praktijk blijkt het toch zo te gaan. Hoe dit dan precies te begrijpen is, is nog een vraag. Maar ik kan me voorstellen dat de temperatuur wel stijgt door de vrijkomende stollingswarmte, maar dan bijvoorbeeld van -2 naar -1°C, wat nog steeds onder nul is. Ik kan het niet direct quantificeren, maar het lijkt me beslist mogelijk. En nogmaals: je ziet in de praktijk dat het wel degelijk zo gaat.
Bedenk dat de bevriezingswarmte van water maar 2/15 is van de condensatiewarmte; misschien denk je onbewust dat het hier om de condensatiewarmte gaat. Dat scheelt dus heel veel.