Massaal gebruik van satellietdata is pas iets van de afgelopen 10-15 jaar.In de periode 1995-2005 heeft exponentieel toenemende rekenkracht en daarmee toenemende rekenresolutie het meeste effect gehad. Daardoor is het oplossend vermogen van de modellen zodanig geworden dat alle relevante synoptische situaties en zelfs veel mesoschaal fenomenen (zeewind, bijv.) beschreven kunnen worden.
Om nu nog meer verbetering te krijgen zijn betere (expliciete) berekeningen of benaderingen nodig. Er zijn nog genoeg aannames die losgelaten kunnen worden, door ze bijv. uit te rekenen of te vervangen door schattingen uit satellieten. Je moet dan denken aan de vegetatietoestand of bodemvochtinhoud.
De komende 5-10 jaar wordt er veel verwacht van de volgende generatie geostationaire satellieten, die voor hun hele 'blikveld' elk kwartier een verticaal profiel kunnen meten van temperatuur en lichtvochtigheid. Weliswaar op een ruimtelijke resolutie van slechts 4 km en verticaal 500-1000 meter, maar het dicht een belangrijk informatiegat in gebieden waar weinig of infrequent wordt gemeten. Dat is uiteraard vooral op de oceanen.
Gr. Ben