Even ter illustratie van het effect van de resolutie (en het resamplen) van GFS. De meest directe uitvoer lijkt mij de "sflux" op Nomads. Dat is op 0.117° resolutie (~10km bij ons). Dit geeft ook discrete uitvoer voor parameters die in GFS discreet worden gedefinieerd (zoals ruwheid). Dat in tegenstelling van de uitvoer op 0.25° (~23km) waarbij dergelijke waarden duidelijk geinterpoleerd worden, en min of meer tussen de oorspronkelijke waarden inzitten.
Voor het vergelijken van GFS met een KNMI station lijkt het mij het meest logisch om een dichtsbijzijnde (of meest representatieve) gridcel te kiezen met crops/grass wanneer de exacte gridcel in het model zelf bos/stad is. Die laatste categorieën zullen nooit overeenkomen met wat je meet boven gras.
Onderstaande kaartjes geven de temperatuur op 2 meter uit GFS voor vanmiddag 17:00 LT, dat is het uurvak waar GFS voor De Bilt ook de Tx laat vallen.
Het rode kruisje staat op de coördinaten van De Bilt (valt in bos bij GFS). Bedenk wat zoiets doet met de temperaturen op 2m als tegelijkertijd de ruwheid etc staat geparameteriseerd voor vegetatie van ruim boven de 10 meter (Monin-Obukhov is eigenlijk al niet geldig in en beneden de "roughness sublayer").

Het effect wordt nog duidelijker door te kijken naar de oppervlakte temperatuur uit GFS voor hetzelfde tijdstip. Dan is ook duidelijk het effect van landgebruik/vegetatietype te zien.

Dit zijn de bijbehorende vegetatietypen:

Merk op dat GFS het nu zo droog heeft dat steden een significant lagere oppervlaktemperatuur hebben dan bijvoorbeeld landbouw (croplands), bijvoorbeeld bij Eindhoven is dat duidelijk te zien. Ook bos (bv de gridcel rechtsonder Eindhoven) is een stuk koeler. Voor bos komt dat deels omdat daar de verdamping hoger ligt omdat de worteldiepte tot in de onderste laag van het model kan (1-2m).
Voor voor stad zal de verdamping vergelijkbaar laag zijn als landbouw, maar de veel hogere ruwheid (ook bij bos) zal zorgen voor een effectievere warmteafgifte waardoor het oppervlak koeler blijft (een minder steil/onstabiel profiel onderin).
Dat deze ruimtelijke verschillen op 2 meter hoogte in het model al vrijwel niet meer te identificeren zijn is dankzij de extreem lage aerodynamische weerstand (een maat voor hoe effectief de verticale uitwisseling gaat met hogere luchtlagen). Voor Eindhoven is dat op dat tijdstip bijvoorbeeld ~12 s/m. Boven Nederland laat GFS vandaag ook de grenslaag groeien tot boven de 3 kilometer. Allemaal zaken die meer aan Arizona doen denken.
Het land/zee masker van GFS laat ook wel wat te wensen over, met name aan de west kant van land lijkt het voor Nederland zelf behoorlijk scheef te liggen en zouden er overduidelijk enkel gridcellen meer als land geclassificeerd moeten worden. Daar is de uitvoer al helemaal niet representatief en ook bij een aanlandige wind zal dat het effect van zee te ver/veel landinwaarts berekenen.