Ik maak daaruit op dat GFS voor een stedelijke omgeving uitgaat van een koeler oppervlak door hogere ruwheid? Dat zou namelijk haaks staan op de werkelijkheid: steenachtig materiaal in stedelijke gebieden absorbeert warmte en straalt het deels ook weer uit. Daarnaast wordt er warmte weerkaatst. Dientengevolge is het in steden veel warmer dan de omgeving. Maar goed, waarschijnlijk begrijp ik dus iets niet (ongelooflijk, maar waar....).
Sorry, allereerst stond er een foutje in de tekst (aangepast). Het is een extreem "lage aerodynamische weerstand" (of hoge geleiding). Ik verwar mezelf ermee, GFS geeft de waarde als geleiding (conductance in m/s) en ik zet dat meestal voor mezelf om naar weerstand (weerstand = 1/geleiding) omdat ik nu eenmaal aan de waarden daarvan gewend ben (gebruikelijker in de relevante literatuur wmb).
Voor wat betreft je vraag, je interpretatie is correct voor wat GFS laat zien.
Paar wellicht relevante zaken; absorberen kan je verschillend interpreteren. Eén is absorptie van bijvoorbeeld kortgolvige en langgolvige straling aan het oppervlak zelf. Of anderzijds bijvoorbeeld het geleiden van warmte dieper het materiaal in (weg van het oppervlak). Dat laatste maakt het oppervlak juist koeler, het eerste warmer.
Eigenschappen als albedo/emissivitieit zijn vooral voor kunstmatige materialen (zoals in een stad) lastig te generaliseren en erg materiaal specifiek. De ECOSTRESS spectral profile database heeft wel de nodige voorbeelden.
Overdag zal vegetatie (al dan niet dor) of een kale bodem ook veel straling absorberen en dus heel heet worden. Maar over het algemeen is het oppervlak wel beter geïsoleerd (de bodemkolom houdt dus minder warmte vast). Ook heeft een stad meer oppervlak in contact met de lucht, wat ook de opname van warmte kan vergroten tov een meer vlakke/horizontale bodem.
Voor wat betreft het albedo (absorptie van kortgolvige straling); GFS rekent voor vegetatie met een min of meer aangenomen albedo dat enkel varieert op basis van de stand van de zon en bewolking (black- vs white-sky albedo). Voor Nederland is dat albedo nu nog heel erg laag omdat het model uitgaat van overal sappige (diep groene) vegetatie zoals dat ooit in onze omgeving normaal was. In werkelijkheid gaat bij droogte het albedo wel iets omhoog (en neemt absorptie af), in eerste instantie als gevolg van minder water in de vegetatie zelf. Water absorbeert enorm goed, vrijwel alles wat je nat maakt wordt donkerder. Als droogte lang genoeg aanhaalt neemt ook de hoeveelheid vegetatie af en wordt het albedo meer en meer bepaald door het bodemtype er onder, wat in de praktijk meestal ook een (iets) hoger albedo heeft. Dit zal er vermoedelijk in GFS voor zorgen dat buiten de stad (gras/landbouw) er iets teveel kortgolvige straling wordt geabsorbeerd en dus de bijbehorende oppervlakte temperatuur ook water hoger wordt. Dat vergroot dit niet-intuïtieve verschil nog bovenop de al uitvoerig besproken te lage verdamping voor vegetatie.
Ik toon nu kaarten voor rond de Tx waarbij er nog veel instraling is. De zaken die jij noemt, zoals het afgeven van eerder op de dag opgenomen warmte, gaan denk vooral wat later in de avond/nacht domineren.
Lang verhaal kort; ik denk dat je wel gelijk hebt dat het in werkelijkheid andersom is (stad warmer dan erbuiten), zelfs midden op de dag bij droogte. We zouden maar weinig te schrijven hebben mochten de modellen daar in meegaan.