Een leuke discussie gisteren over de vraag wanneer het nu eigenlijk vriest en wanneer men over een vorstdag spreekt. Het KNMI hanteert voor de termen lichte, matige, strenge en zeer strenge vorst een schaalindeling die loop vanaf x,0 tot y,9 (bijv. -5,0°C tot -9,9°C voor matige vorst), anderen x,1 tot y,0 (bijv. -5,1°C tot -10,0°C voor strenge vorst). Op zich valt voor de KNMI indeling wel wat te zeggen, het is gemakkelijker om te onthouden dat matige vorst bij -5 begint dan bij -5,1°C. Verwarrend daarin is echter dat vorst op zich weer pas begint bij -0,1°C en niet 0,0°C, terwijl Celsius toch echt zijn vriespunt voor water bij 0,0 heeft gelegd en niet -0,1°C (en het tripelpunt op 0,01°C). Bij het KNMI wordt blijkbaar de verschijning van het minteken als een vereiste voor vorst gezien. Vanuit praktisch oogpunt valt daar ook wel iets voor te zeggen maar helemaal juist is het niet, natuurlijk.
Enfin, hoewel Celsius, puur laboratorisch, zijn vriespunt van water op 0,0°C heeft gesteld, is dit in de praktijk vaak anders. Zuiver, d.w.z. niet-troebel ofwel niet-gemengd water, bestaat eigenlijk niet. Menging van zuiver water met een andere stof heeft vaak een vriespuntsdaling tot gevolg. Een mooi voorbeeld van een vrij sterke vriespuntsdaling is te zien bij het strooien van pekel, waardoor het vriespunt van een wegdek daalt en de kans op gladheid door bijv. aanvriezend vocht of neerslag bij temperaturen rond of iets onder nul effectief afneemt. Nog een leuke: als je twee sneeuwpoppen zou maken, één van sneeuw gemengd met alcohol en de ander uit zuiver sneeuw, zal de eerste veel sneller wegsmelten dan de tweede, aangezien alcohol een smeltpunt heeft bij -114°C en niet 0°C en de menging met sneeuw dus een vriespuntsdaling tot gevolg heeft.
Quote selectie