De kwartalen komen nochtans goed overeen...(zie boven)
Ik ga er meteen nog een bommetje bijgooien ;

En nog duidelijker :
En u krijgt daarbij (met dank aan wikipedia) :
Na de laatste ijstijd is het klimaat redelijk constant gebleven, hoewel er wel veel relatief kleine klimaatschommelingen zoals de kleine ijstijd zijn voorgekomen. Zo werd de kleine ijstijd voorafgegaan door het Middeleeuws Klimaatoptimum, toen het gemiddeld even warm of nog wat warmer was dan tegenwoordig. Er groeiden toen bijvoorbeeld wijnranken in Engeland en perziken in Vlaanderen en ook was toen de kolonisatie van het zuiden van Groenland door de Vikingen mogelijk (987-15e eeuw). Tijdens de kleine ijstijd was dit allemaal echter niet meer mogelijk.
Een koudegolf van december 1586 tot en met september 1587 is een eerste forse inzinking van de kleine ijstijd. Overal in West- en Midden-Europa wordt het in de tweede helft van de 16e eeuw kouder. De winters gaan achteruit met meer sneeuw en ijs, beginnen vaak al in november en duren tot maart of april. Vanaf 1530 worden ook de zomers koeler met herfstweer, compleet met storm en stormvloeden. Uit historisch onderzoek van het KNMI, gebaseerd op talloze bronnen, zoals dagboeken, stadsrekeningen en jaarringen van bomen. blijkt dat het laatste kwart van de zestiende eeuw waarschijnlijk het koudste was in de afgelopen duizend jaar. Deze periode is het dieptepunt van de kleine ijstijd. Ook het eerste kwart van de 17e eeuw was nog koud, zoals onder andere blijkt uit de winterlandschappen van schilders zoals Hendrick Avercamp (1585-1634). Op deze schilderijen zijn vaak bevroren wateroppervlakten te zien waarop allerlei mensen schaatsen, lopen of zich op andere manieren vermaken. Sneeuw is ook een overheersend element in veel dorpgezichten van Pieter Brueghel de Jonge (1564-1638).
In het algemeen wordt ervan uitgegaan dat de kleine ijstijd rond 1430 begon en tot halverwege de 19e eeuw voortduurde. Zo bereikten of evenaarden veel gletsjers rond 1850 hun grootste uitbreiding sinds het einde van de laatste ijstijd. Hierna begon voor vele een terugtrekking die zich in de twintigste eeuw versnelde.
Toch zeer toevallig dat dit samenvalt met het Maunder Minimum :
The Maunder Minimum is the name given to the period roughly from 1645 to 1715 A.D., when sunspots became exceedingly rare, as noted by solar observers of the time. It is named after the later solar astronomer E.W. Maunder who discovered the dearth of sunspots during that period by studying records from those years. During one 30-year period within the Maunder Minimum, for example, astronomers observed only about 50 sunspots, as opposed to a more typical 40,000–50,000 spots.
Ik wil hiermee maar zeggen dat zonnevlekkenminima wel degelijk een invloed hebben op het klimaat. Waarom zou dat met een 22-jarige cyclus bijvoorbeeld niet kunnen ?
Quote selectie