De soortelijke warmte van de lucht binnenshuis in de winter scheelt zelfs onder de extreemste omstandigheden nog geen procent met die van de lucht buiten.
Om een kilogram droge lucht met een graad Celsius op te warmen is 1005 J aan energie nodig. Voor een kilogram waterdamp is dat 1840 J. Vergelijk je de soortelijke warmtes van lucht met een mengverhouding van 0.010 kg/kg (zeer vochtig!) met een mengverhouding van 0.002 kg/kg (zeer droog!), dan is het verschil tussen de soortelijke warmtes:
0.008*(1840-1005)=6.7 J K-1 kg-1, ofwel: zo'n 0.7 procent!
Ondertussen koelt de lucht bij aanvankelijk 20 graden na een dagje ventileren in de winter wel meer dan 0.7 procent
sterker af dan wanneer je ramen, deuren en ventilatiesleuven goed dichthoudt.
Je moet dus meer stoken als je ventileert, zoals iedereen ook wel op z'n klompen kan aanvoelen.
Groet,
Alwin
Hoi allemaal,
Ik geloof simpelweg niks van dat verhaal van VROM.
Opwarmen van droge lucht en vochtige lucht kan nauwelijks verschil maken. Als je ziet dat in een normale situatie de vochtigheid van de orde 10 g/kg is dan zal het duidelijk zijn dat dat maar 1% van de totale hoeveelheid gassen/dampen is. Je maakt mij niet wijs dat dat voor de hoeveelheid energie die nodig is om het lucht/waterdamp-mengsel op te warmen veel uitmaakt.
Groet,
Pieter
Quote selectie