De data van GFS06 kon ik nog niet binnenhalen vanaf de NCEP server, dus heb de data van GFS00 gepakt. Het onderstaande plotje geeft voor het roosterpunt [55N;5E] (midden Nederland) de dikte van de smeltlaag weer. Deze wordt als volgt berekend:
Bereken natteboltemperatuur uit temperatuur, relatieve luchtvochtigheid en luchtdruk. Doe dit voor vijf verschillende luchtlagen: 0-30 mb, 30-60 mb, ... , 150-180 mb boven het grondniveau. Vervolgens tel je voor elk roosterpunt de positieve waarden van de natteboltemperatuur op en vermenigvuldig je dit met de dikte van de luchtlaag (in mb). De eenheid van de smeltlaag bedraagt dus [K mb]. Stel dat je smeltlaag 300 K mb dik is, dan komt dit overeen met een laag van 100 mb waar de natteboltemperatuur 3 graden boven nul ligt. Of met een laag van 150 mb waar de natteboltemperatuur 2 graden boven nul ligt. Als de smeltlaag 0 bedraagt, dan betekent dit dat de gemiddelde natteboltemperatuur op ieder niveau onder (of op) het vriespunt ligt, en dat er dus met vrij grote zekerheid sneeuw zal vallen. Wat wel nog kan, is dat zich boven deze 180 mb een warme luchtlaag bevindt, dit zou dan kunnen leiden tot ijzel.
Onderstaand het plotje met de smeltlaag [(K mb)/100] in het wit, de hoeveelheid neerslag in de voorafgaande drie uur [mm] in het groen en de hoogte van het vriesniveau [hectometers].
We zien de dikte van de smeltlaag op nadering van het front snel afnemen naar nul graden (dit komt door advectie van koele maar vooral droge lucht)
De neerslag begint met vrij lage intensiteit bij een vriesniveau net onder de 200 meter hoogte en een smeltlaag van nul. Dit zal dan sneeuw zijn. Echter reeds om 15 UTC stroomt zachte lucht binnen, en aangezien voor dit tijdstip slechts 1-2 mm neerslag valt zal de sneeuw niet al te veel voorstellen volgens deze run.
Groeten,
Bas
Quote selectie