Het is een combinatie van beide.
Bij de meeste bliksems komt er eerst een voorontading uit de wolk naar beneden. Gedurende een duizendste van een seconde neemt de veldsterkte boven het aardoppervlak sterk toe, het eerst boven hoge objecten en dan vooral rond puntige voorwerpen. Door inductie trekt de bliksem tegenladingen aan uit de aarde waardoor het boven geleidende voorwerpen dubbel zo hard gaat. Maar omdat het op electrische tijdschalen lang duurt moet het voorwerp volgens mij wel een hoge weerstand hebben wil de inductie niet een significante bijdrage leveren. Maar zo heel veel weet ik ook niet van electriciteit.
Wel is het zo dat er vanaf de punten, met de sterkste potentialen vangontladingen ontspringen. De vangontlading die het eerst contact maakt met de voorontlading wordt de hoofdontlading. Het punt van waaraf die vangontlading onsprong is dan het inslagpunt. Logischerwijs is dat vaak het hoogste punt maar het hoeft niet.
Maar er zijn ook uitzonderingen. Soms ontspringt de hoofdontlading vanaf de aarde. Dan onstaat er een vangontlading zonder voorontlading uit de wolk. De vangontlading wordt de hoofdontladingen. Deze bliksems zijn naar boven toe vertakt (boomvorm) en veroorzaken droge dreunen terwijl een voorontladingbliksem naar beneden toe vertakt (wortelvormig) en knettert. Een nabije inslag die als een zweepslag klinkt is zeer gevaarlijk. De scherpe tonen vlak voor de klap worden veroorzaakt door de vangontladingen die dan in de directe nabijheid zijn.
Door andere bliksemontladingen in de wolk kan het electrische veld ook in eens omslaan van richting. Een hoog maar isolerend voorwerp kan dan juist door de bliksem vermeden worden omdat het door nog de oude lading heeft en die is nu gelijk aan de lading van de bliksem. Nu geeft geleidbaarheid en geaardheid de doorslag.
Verder is het ook zo dat door stille onzichtbare puntontladingen al ruim voor de blikseminslag ionen in de lucht komen. Bij weinig wind kunnen die het veld nabij het aardoppervlak verstoren.
Victor
Quote selectie