Nou, ik dacht, ik probeer het gewoon, ik miste wat onderbouwing?
U vraagt, wij draaien, hè

. Veranderingen in zonneactiviteit kunnen heel goed afgeleid worden uit proxies (indirecte gegevens). Er zijn bijvoorbeeld allerlei gesteenten, maar ook organismen, die afhankelijk zijn van straling vanaf de zon (niet alleen zichtbaar licht, maar bijvoorbeeld ook kosmische straling). De hoeveelheid koolstof-14 in ingevroren luchtbelletjes in zeer oud ijs (zoals te vinden op Groenland en Antarctica) is ook een aardige indicator van zonneactiviteit.
Verder moet je natuurlijk gelijk denken aan de tellingen van zonnevlekken, al zijn die reeksen nogal inhomogeen. Leif Svalgaard, vrij bekend astronomisch onderzoeker, is al jaren bezig om de reeksen te verbeteren door te corrigeren voor veranderende meetmethoden en bekende afwijkingen. Omdat de inkomende straling (warmtestraling) vanaf de zon, voor een flink deel wordt afgeleid uit het aantal zonnevlekken, is een goede, homogene reeks van het aantal zonnevlekken cruciaal.
Tot voorheen werd de reconstructie van Lean (2000) gebruikt, de bruine lijn in onderstaande grafiek. Latere reconstructies hebben het aantal zonnevlekken, en daarmee de hoeveelheid inkomende straling, in vroegere eeuwen hoger gelegd. De reconstructie van Svalgaard is rood. Je ziet vooral dat de toename in zonneactiviteit, in het begin van de twintigste eeuw, door de correcties van de verschillende astronomen, een stuk minder is geworden. Daarmee wordt de rol van de zon als aandrijver in de huidige klimaatverandering verder afgezwakt.
Gr. Ben
Quote selectie