Hallo Paul,
In eerste instantie klopt jouw redenatie. Bij een toename van broeikasgassen straalt de atmosfeer meer warmte uit richting het aardoppervlak én naar boven de ruimte in. Meer specifiek stralen de onderste luchtlagen netto naar beneden en de bovenste luchtlagen meer naar buiten. Het gevolg daarvan is dat het aardoppervlak en de onderste luchtlagen meer warmte opnemen. Maar de hogere luchtlagen koelen juist af door de toegenomen uitstraling. Dit is de eerste stap.
Stap 2:
Na afkoeling stralen de bovenste atmosfeerlagen echter minder warmte uit omdat de infraroodstraling (OLR) ook van de temperatuur afhangt. Daartegenover stralen aardoppervlak en onderste luchtlagen na opwarming meer warmte uit. Maar deze opwarming gaat veel trager vanwege de veel grotere warmtecapaciteit van de aarde (vooral oceanen) i.t.t snelle afkoeling van de ijle bovenlucht. Bovendien moet de extra warmtestraling nog een dikke atmosfeer vol met broeikasgassen door. Het netto effect is dan dus een afname van uitstraling.
Quote selectie