Heel erg bedankt voor je antwoord! Ik snap het helaas toch nog steeds niet helemaal.
Hallo Paul,
In eerste instantie klopt jouw redenatie. Bij een toename van broeikasgassen straalt de atmosfeer meer warmte uit richting het aardoppervlak én naar boven de ruimte in. Meer specifiek stralen de onderste luchtlagen netto naar beneden en de bovenste luchtlagen meer naar buiten. Het gevolg daarvan is dat het aardoppervlak en de onderste luchtlagen meer warmte opnemen. Maar de hogere luchtlagen koelen juist af door de toegenomen uitstraling. Dit is de eerste stap.
Met name deze laatste zin snap ik niet. De bovenste luchtlagen kunnen toch alleen maar meer uitstralen door het feit dat ze warmer zijn? Ik zou zeggen dat de uitstraling de opwarming vermindert, maar niet dat de uitstraling leidt tot afkoeling. Door de toegenomen uitstraling zijn ze misschien minder warm, maar niet kouder. Kennelijk zie ik nog steeds iets belangrijks over het hoofd. Uit jouw verhaal maak ik wel op dat de dynamica ook een rol speelt terwijl ik steeds een (kennelijk foutief) evenwichtssituatie in gedachten heb, dus misschien wringt daar de schoen wel.
Ik realiseer me nu ook ineens dat het infrarode spectrum uitgestraald door de aarde anders is dan het infrarode spectrum uitgezonden door de atmosfeer. Pff, het wordt er niet eenvoudiger op.
Paul
Quote selectie