Het klimaatblog RealClimate heeft
vandaag een eerste initiatief genomen tot discussie over het artikel van Spencer et. al. Een aantal citaten wil ik hier ook plaatsen (vertaling van mijn hand en aanvullingen tussen blokhaken).
Ze constateren allereerst:
,,De hype rond een nieuw wetenschappelijk artikel van Roy Spencer en Danny Braswell is indrukwekkend (zie bijvoorbeeld Fox News); doch het artikel is dat niet.''
Herkenbaar, ook in Europa en Nederland is de (populair-wetenschappelijke) media ermee aan de haal gegaan.
Verder:
,,De titel van het artikel, 'On the Misdiagnosis of Surface Temperature Feedbacks from Variations in Earth’s Radiant Energy Balance', is nogal provocatief en zou alarmbellen moeten doen rinkelen bij de redacteuren [van het vakblad waar het artikel in is gepubliceerd, BL]. De basismaterie in het artikel heeft een aantal rudimentaire tekortkomingen, zoals het ontbreken van statistische significantie van de resultaten, foutmarges of onzekerheden in de figuren of een bespreking ervan in de tekst.''
Ze noemen vervolgens een aantal punten, die ik ook heb aangekaart:
De resultatenset van waarnemingen die gebruikt is, lijkt sterk op de resultatenset die wij kunnen produceren maar met gebruik van afwijkende gegevensreeksen, zoals de EBAF CERES dataset. De resultaten hebben een geringere grootte, maar sommige delen lijken wel significant te zijn. Vervolgens, worden ze gereproduceerd in de klimaatmodellen? Spencer en Braswell zeggen van niet, maar hier eisen pogingen om hun resultaten te reproduceren meer opheldering. In tegenstelling tot hun bewering, lijken enkele modelresultaten wel degelijk in de onzekerheidsmarge van de waarnemingen te vallen. Hoe kan dat?
In feite blijken alle modellen gezamenlijk, inclusief hun foutmarges, een redelijk tot goede overeenkomst te vertonen met de waarnemingen, inclusief hun respectievelijke foutmarges. De modellen met een hoge gevoeligheid op een korte tijdschaal (vooral die El Niño/La Niña beter simuleren) doen het beter dan modellen met een lage gevoeligheid. Dit wijst erop dat het erg belangrijk is dat de klimaatmodellen ook het voorkomen van subdecenniale oscillaties goed moeten simuleren, om de terugkoppelingseffecten daarvan op het klimaatsysteem in te calculeren. Dat is echter geen nieuws, uiteraard. De ontwikkelaars en wetenschappers van de modellen zijn al lange tijd bezig om bijvoorbeeld het optreden van El Niño en La Niña beter te simuleren.
De mensen van RealClimate schrijven aan het einde van hun bespreking dat Spencer et. al. voor de jaren 2000-2010 foutief veronderstellen dat de jaartemperatuur volledig stralingsgedreven is. Zij menen dat het juist -geheel niet- stralingsgedreven is. Ik vind dat persoonlijk te kort door de bocht van RealClimate. Ze hebben wel gelijk met hun stelling dat 'het vaststellen van de klimaatgevoeligheid op deze manier onmogelijk is'. Forcering en terugkoppeling lopen namelijk door elkaar heen.
Dat wil zeggen, de drijving (forcering) van het klimaat door straling en terugkoppelingen werken volgens mij al een aantal decennia reeds hand in hand. Dit zorgt ervoor dat er een langjarige trend gaande blijft richting een warmer klimaat, maar dat er (door terugkoppelingen) soms kortstondige perioden zijn van stagnatie of zelfs een 'trend' met tegengesteld teken. Verder speelt de vertragingstijd van de forcering ook nog een rol: in feite zit er nu nog zo'n 0,4-0,6°C aan opwarming 'in de pijplijn', zelfs al blijft de chemische samenstelling van de atmosfeer nu ineens gelijk. Dat komt vooral door het grote absorptievermogen van de oceanen, wat vertragend voor de opwarming werkt.
Gr. Ben
Quote selectie