Er zijn verschillende dingen die je kunt bekijken. Je kunt de waarde bepalen van de individuele ensembleleden onder verschillende spreidingsregimes, je kunt de waarde bepalen van het ensemblegemiddelde, enzovoorts. Dat is allemaal met één individueel ensemble. Je kan ook paren van zeg 2 of 4 ensembles nemen, als minimale eis stellen dat die ensembles voor 2 of 3 tijdstippen in het UKGB een onderlinge correlatiecoefficient van minimaal 0,65 moeten hebben (maw: de runs lijken toch wel aardig op mekaar). Nadeel is dan dat je dit in weze alleen met het ensemblegemiddelde kan doen. Individuele leden onderling vergelijken gaat vrij moeilijk omdat de methode van verstoring verschilt per lid per run. Alternatief op deze laatste methode is om enkel de GFS operationele run te gebruiken en daarmee eerst te gaan zoeken naar paren van 2 of 4 runs die voor 1 tijdstip (bijv. 28DEC200412Z) onderling goed met elkaar "matchen" (correlatiecoefficient min. 0,65), zolang deze paren zich iig. binnen het UKGB binnen (+180h of verder) en dan gaan kijken wat de score van het GEMIDDELDE of het derde kwartiel (iets eerlijker ivm. "uitschieters") van die 'match' is met de werkelijkheid.
Ik zeg wel... dat kost héél veel werk

. Eventuele uitspraken hierover hebben pas nut als je zeg een maand aan matchende paren voor één tijdstip hebt gevonden.
Quote selectie