Feiten zijn altijd een resultaat van consensus in een gemeenschap. Maar dat op zich is niet genoeg. Er zijn immers twee soorten consensus. Wetenschappelijke consensus, die dient bewezen te worden vooraleer een bepaalde stelling een feit kan genoemd worden. En dan is er nog de consensus in de vorm van geloofsovertuigingen: zaken die simpelweg niet te bewijzen vallen of te ontkrachten zijn, zoals het bestaan van God of op het eerste zicht de stelling die Herman hier op deze manier poneert (zoals ik hieronder zal aantonen is dat echter een 'vals' voorbeeld). Deze laatste vorm van consensus (overeenkomst bij gebrek aan enige mogelijkheid tot bewijs) wordt door de band niet beschouwd als voldoende basis om de resultaten ervan als feit te kunnen omschrijven.
Als Herman ons kan bewijzen dat het onbewijsbare toch te bewijzen (dan wel ontkrachten) valt, dan pas wordt zijn overtuiging een feit. In dit geval zou hij dus moeten aantonen dat alle voorspellingen voor de toekomst volledig fout zitten, wat natuurlijk onmogelijk is aangezien we de toekomst nog niet hebben meegemaakt, waardoor je zou kunnen afleiden dat het voor altijd bij een overtuiging zal blijven. Maar als je wat verder nadenkt, dan bots je al snel op het gegeven dat de meeste modellen ook al met terugwerkende kracht hebben gerekend en dat de resultaten daarvan overeenkwamen met wat daadwerkelijk werd opgemeten. Ergo: het is - in tegenstelling tot wat Herman zegt - juist een feit dat we wel weten wat de toekomst brengt. Als je de geschiedenis kan berekenen vanaf het nu, dan kan je ook de toekomst voorspellen*. Elke poging om het als een geloofsovertuiging te vermommen is dan ook onjuist.
* Tenzij je aanneemt dat in het verleden en toekomst andere natuurwetten gelden dan vandaag. Op zich weten we dat niet, en dat valt ook niet te bewijzen. Dat is echter een filosofische conclusie die ons erg ver leidt, maar die in feite wel van belang is aangezien het de ontologie (de basisgeloofsovertuiging van de wetenschap) vormt. In principe is de wetenschap immers ook gewoon een uiterst complexe vorm van geloofsovertuiging, maar deze laatste zin is gedoemd om misbruikt te worden en totaal niet gebruikt te worden in de context waarin ze hoort, vrees ik.
Ik schrijf dan ook:
Dat is bijna de definitie van een geloof. Ik denk dat de enige juiste conclusie dan moet luiden dat het geen feit is.
Maar misschien had ik het wat preciezer moeten formuleren, dat "...het innemen van een positie in een debat in het aangezicht van overweldigend bewijs van het tegenovergestelde een eigenschap is die je deelt met veel gelovigen."
Overigens houdt de natuurkunde wel degelijk rekening met de mogelijkheid dat natuurconstanten wellicht niet overal (plaats) en altijd( (tijd) hetzelfde zijn, alleen is daar nog geen bewijs voor gevonden. Dat staat verder los van discussies over het klimaat.
Verder moet me van het hart dat filosofie vaak heel veel woorden nodig heeft om heel weinig te zeggen.
Paul
Quote selectie
( 1086)
( 614)
( 486)