Zelf heb ik vanuit de vakgroep Meteo te Wageningen vooral geleerd in termen van forceringen naar verticale bewegingen en ontwikkelingen te kijken.
Ik neem aan dat je in dat verband ook wel bekend bent met de Omega vergelijking, een snelle manier om verticale bewegingen door advectieve forceringen (thermisch, vorticiteit) plus diabatische warmteveranderingen te kwantificeren? Bruggetje verder is de Q-vector, een kwantificatie van de mate van verandering in het gradiënt van potentiële temperatuur enkel door de horizontale verandering in het windveld. Convergerende Q-vectoren gaan meestal samen met opstijgende bewegingen en als de vectoren wijzen van koude naar warme lucht dan is er sprake van frontogenese (het gradiënt verscherpt immers), omgekeerd is uiteraard sprake van frontolyse (gradiënt verslapt). Je zou met beiden (Q-vectoren en Omega waarden) ook de transformatie van een tropische cycloon naar depressie kunnen bekijken, dat kan best interessant zijn.
Gr. Ben
Quote selectie