Vrijheid van meningsuiting en daarmee vrijheid van onderzoeksrichting is de basis van wetenschapsbeoefening, of dat nou pragmatische is of theoretische.
De vrijheden van onderzoeksrichting en meningsuiting zijn twee totaal verschillende dingen.
Je hoeft namelijk helemaal geen mening te uiten om een onderzoeksrichting in te slaan. Wel kan het handig zijn om wat hypotheses en vermoedens te hebben, helemaal als je manieren weet om die te toetsen. Meningen spelen hier geen rol. Een mening is ook niet hetzelfde als een speculatie.
Dan: er bestaan meningen die zich niet met wetenschappen verdragen. Je kunt absoluut niet geloven dat pi een rationaal getal is èn wiskundige zijn. Je kan dat niet continu uiten, want je wordt verder straal genegeerd (en terecht), laat staan ermee werken, want: het is nu eenmaal niet zo.
Het bewijs niet begrijpen impliceert niet dat je het bewijs mag verwerpen. Het 'mag' in die zin niet, dat als je uitgaat van je eigen opvatting van pi, je letterlijk geen voet meer kan verzetten of je verongelukt op de één of andere krankzinnige manier. Dit niet-mogen - waarvan dit een extreem voorbeeld is - vertaalt zich in een bepaald soort discipline die met logica en rationeel denken te maken heeft, en waar vermoedens wel maar meningen geen rol spelen.
De fysica, uw beeldscherm dus, is nagenoeg even dwingend als de wiskunde. De mening dat je kan pakken wat je op het beeldscherm ziet, zoals kittens weleens schijnen te hebben, verveelt erg snel.
Quote selectie