Je moet die onderste, stabiele laag morgenochtend zien als een laag waarboven zich alles afspeelt, behalve eventueel de vorming van een koude poel. Dit laatste aspect zal morgenochtend ook nauwelijks aanwezig zijn: trek maar eens een lijntje natadiabatisch naar beneden vanaf de laagste theta-w in de atmosferische kolom op ong. 650 hPa. Je ziet dan dat het temperatuurverschil met de T2m zelfs dan nog erg klein is.
Ok, maar dan hebben we het dus over windstoten. Methode Ivens van het KNMI kijkt daarvoor naar de Theta-W op hogere niveau's (d.w.z. gaat er vanuit dat het adiabatisch versnellen naar beneden zelfs vanaf zo'n grote hoogte plaatsvindt), daar wordt 850 en 500 hPa gebruikt. Vul je die in met T aan het begin van de bui=20, Theta-W 850=20, Theta-W 500=18 en FF850=30 knopen uit jouw progtemp dan komt deze methode met 47 knopen of circa 90 km/u. Je kijkt dus enkel naar de 'gewone' wind in de buienlaag en ziet geen reden om meer te verwachten omdat de Theta_W in de ~250 hPa boven de optillingsbasis niet lager is dan de T aan het begin van de bui?
Waar het mij om ging is dat ik niet goed snap waarom juist alles zich afspeelt bóven die stabiele laag. De grootschalige optilling betrekt toch ook die stabiele laag?
Trouwens, je kent toch wel het begrip "effective SRH"? Ook dit principe gaat ervan uit dat lucht met een hoge CIN en weinig CAPE niet in de bui zal kunnen belanden. Zie ook de link hieronder.
Ja, ik ben bezig om die te implenteren in mijn nieuwe soundingprogje (hoewel gewone SRH al complicaties oplevert, jouw Excelsheet is geweldig maar de formules nagenoeg onleesbaar dankzij de formule- en celnotatie).
Gr. Ben
Quote selectie