Waarom begint in geen van de illustraties op 0 maar met een negatieve waarde? Is dat omdat we verder terugkijken in het verleden en daar beginnen?
De grafiek toont de afwijking van de mondiaal gemiddelde temperatuur ten opzichte van een normaalperiode. De temperatuur gemiddeld over die periode is de referentie waartegen de rest wordt afgezet. Ik heb gekozen voor de periode 1971-2000, omdat dit dezelfde periode is die het KNMI hanteert voor haar normalen.
En als we toch bezig zijn om deze enigszins leek te voorzien van informatie
Wie bepaald waar het 0-punt eigenlijk ligt? En hoe komt men aan informatie over de temperaturen zoals die bijvoorbeeld 100.000 jaar geleden waren?
Het nulpunt bepaalt degene die de gegevens presenteert

. Je kan eigenlijk geen absoluut nulpunt definiëren, omdat geen enkel moment in de tijd representatief is voor wat 'normaal' is op de planeet. De planeet verandert immers constant. Daarom gebruiken we bepaalde referentieperiodes zodat we veranderingen kunnen afzetten tegen een bepaalde periode. Als we de referentieperiode 1971-2000 nemen, kunnen we zien hoe bijvoorbeeld de temperatuur anders was t.o.v. die periode.
De temperatuur zoals die 100.000 jaar geleden was wordt geschat door middel van chemie. De samenstelling van onze atmosfeer, bijvoorbeeld uitgedrukt in de concentraties CO2, H2O en CH4, zegt veel over de gemiddelde temperatuur. Je moet dus iets vinden waarin die samenstelling behoorlijk nauwkeurig te meten is, als het ware 'opgeslagen'. Dat is het geval met zogenaamde ijskernen: als je naar een ijsvloer kijkt zie je geregeld bubbeltjes in het ijs, dit zijn luchtbubbeltjes. Op Antarctica kunnen ze door kilometers diep te boren een lange kolom van ijs naar boven halen waarin dat soort bubbeltjes zitten. Het mooie is nu dat de bubbeltjes die helemaal onderin zitten, al honderdduizenden jaren geleden vast zijn komen te zitten.
Vervolgens is het taak om een proefmonster te nemen van al die luchtbubbeltjes. Dat gebeurt door de ijskern in hele kleine plakjes te snijden en daar isotopen-analyses op uit te voeren. Na die analyses wordt het plakje ijs vermaalt voor koolstof-14 datering, zodat we weten uit welk jaar dat plakje kwam. De isotopen-analyses stellen de wetenschappers in staat om de concentraties van bepaalde gassen te achterhalen, zoals die destijds in de lucht aanwezig waren.
De reden waarom de ijskernen uit Antarctica komen en niet uit bijvoorbeeld de Alpen is tweeledig: je kan vrijwel nergens anders ter wereld zulke lange ijskernen verkrijgen (het gletsjerijs is simpelweg het dikte op Antarctica), ten tweede is het continent altijd onbewoond geweest. De lucht die over Antarctica stroomt, dat overigens op 3-4 km hoogte ligt, is volledig uitgemengd en wordt niet bevuilt door lokale invloeden. Je kan dus op Antarctica heel goed een behoorlijk betrouwbare meting doen van de mondiaal uitgemengde concentraties van bepaalde gassen.
Gr. Ben
Quote selectie