Je moet altijd kritisch zijn ten aanzien van waarnemingen, zeker als die door mensen worden verricht. Dergelijke argwaan, of scepticisme, is zeker geen kleutergedrag, eerder wenselijk. Er waren en blijven gegronde redenen om te twijfelen aan de waarneming. Maar... je kunt, met hulp van andere waarnemingen, zeker -niet uitsluiten- dat er inderdaad zoveel is gevallen.
Er waren dus gegronde redenen om een neerslagsom van 118 mm te betwijfelen. Zeer grote verschillen in neerslagsom op korte afstand, oplopend tot vele tientallen mm's op enkele kilometers, zijn erg zeldzaam maar niet onmogelijk. Een aantal anekdoten in het interessante verhaal van Meteo Consult van vanochtend bewijzen dit. Maar het blijft desondanks zeer zeldzaam, dus gegronde reden voor een betwijfelende eerste reactie.
Inmiddels kunnen we meer zeggen over de waarschijnlijkheid van 118 mm in Eernewoude. Meteo Consult schrijft in haar verhaal dat de cumulatieve radarbeelden van Den Helder en De Bilt 'niet goed bruikbaar zijn'. Ze wijten dit aan het feit dat 'er geen relevante officiële waarnemingen waren uit de gebieden met zware buien, waarmee het beeld gekalibreerd had kunnen worden'. Dat is niet helemaal juist. De cumulatieve radarbeelden worden inderdaad achteraf gekalibreerd aan de hand van grondwaarnemingen, namelijk de regensommen van het vrijwilligersnetwerk. Maar de calibratie wordt zowel toegepast op de horizontale verdeling van de neerslagverdeling, als de frequentieverdeling. Dat kan tot gevolg hebben dat bepaalde radarpixels ineens hoger uitpakken, als logisch gevolg van een (verantwoorde) 'extrapolatie' aan de hand van grondwaarnemingen.
Dit is in dit geval ook gebeurd. De gekalibreerde radarbeelden, zie onderaan, laten een zeer lokaal neerslagmaximum zien. Dit komt overeen met de Duitse radarbeelden. De hoogste waarde valt in de categorie van 55-60 mm, de hoogste pixelwaarde is in feite 56 mm. Dat is aanzienlijk meer dan de 'ruim 30 millimeter' die Meteo Consult noemt in hun artikel van vanochtend. De Duitse radar in Emden, op een grotere afstand van Eernewoude dan Den Helder, gaf een lokaal maximum van 100 mm. Wie heeft er nu gelijk? Gegeven de veelvoudige waarnemingen van het KNMI neerslagnetwerk, waarop het cumulatieve beeld is gekalibreerd, is het logische antwoord: het KNMI-beeld. Maar het Duitse beeld sluit beter aan bij de (verondersteld juiste) extreme waarneming van 100 mm. Door de Duitse radar juist het voordeel van de twijfel te geven, zoek je selectief naar bewijs dat aansluit bij de hypothese. Een nadere blik op het Duitse beeld laat zien dat de neerslag op grotere schaal, in vergelijking met de metingen van het KNMI vrijwilligersnetwerk, enigszins overschat is.
Terug naar Eernewoude. Zowel de Duitse als de Nederlandse beelden laten een grote spreiding op zeer geringe ruimtelijke schaal te zien. De resolutie van het beeld is 1 pixel = 1 km, de variatie op 9 pixels is maar liefst 40 tot 56 mm. De standaardafwijking over een gebied van 3x3 km rond de hoogste neerslagwaarde is 6 mm. Het gemiddelde is 48 mm. In de statistiek wordt vaak gesteld dat 'uitschieters', met 95% zekerheid, kunnen voorkomen tot drie standaardafwijkingen van het gemiddelde. Dat geeft een grof theoretisch maximum van 48 + 17 = 65 millimeter. Dat is nog 53 mm minder dan de 118 mm die neergekomen zou zijn in Eernewoude.
De twijfel neemt dus weer toe: toch iets te enthousiast gemeten? In het artikel van Meteo Consult wordt een belangrijke nuance al aangestipt: vooral Den Helder had 'last' van gestage neerslag van lage hoogte, wat nadelige gevolgen kan hebben gehad voor de nauwkeurigheid van de neerslagdetectie in Friesland. Op extreme dagen (zoals 17 juli 2004, 14 juli 2010) kan de onderschatting wel 60-70% zijn, zelfs op korte afstand van de radar. Laten we aannemen dat de onderschatting voor deze dag ook zo groot was, ook omdat de ruimtelijke resolutie van de radar waarschijnlijk niet voldoende was. Je komt dan op een lokaal gedetecteerd maximum van 98 mm en een theoretisch maximum van 109 mm. Dat komt heel aardig in de buurt, maar zoals gezegd, daarvoor moet wel een zeer grove onderschatting in zowel intensiteit als ruimtelijke representativiteit worden verondersteld.
De slotsom: is er 118 mm in Eernewoude gevallen? De waarnemer staat uiteraard volledig achter zijn waarneming. Op basis van zowel Duitse als Nederlandse radarbeelden, met inachtneming van compenserende factoren, valt de waarde niet uit te sluiten. Maar de waarschijnlijkheid ervan, puur statistisch bekeken, is wel erg klein. Ervan uitgaande dat alles wel klopt, benadrukt dat de buitengewone zeldzaamheid van de waarneming.
Gr. Ben
Quote selectie