[...]
Oppervlak heeft toch ook invloed op het volume. Volume kan daardoor toch ook weer toenemen.
Natuurlijk neemt nu het volume toe. Er bevriest immers water. Vermenigvuldig de oppervlakte met de gemiddelde dikte en je hebt het volume.
Zolang je de dikte niet in getallen mee kunt nemen zegt de oppervlakte weinig. Begin februari lag veel water in Nederland nog geheel dicht, na drie weken lichte dooi. Reden om aan te nemen dat het nog lang zou duren voor het weg was? Nee, natuurlijk niet want de dikte was inmiddels flink afgenomen.
Na het eerste dooiwak ging het razendsnel.
Ik wil maar zeggen: het spotten van de oppervlakte zegt wel iets maar lang niet alles. Het is het volume waar het om gaat; daar wordt door hogere temperaturen en instraling voortdurend iets afgehaald.
Het volume staat in direct verband met de opgenomen warmte, niet het oppervlak.
Door afstaan van warmte neemt de hoeveelheid ijs(volume) toe. Doordat dit bevriezen op grote schaal aan de oppervlakte plaats vindt, neemt het ijsoppervlak toe.
Dat zegt verder niets over mijn probleemstelling. Volgend jaar september zal het ijsvolume vermoedelijk zo'n 400 km
3 kleiner zijn dan dit jaar in september, doordat de energiebalans is verstoord.
Nogmaals de vraag: wie gaat eens serieus op deze vraag in: Zal de volume-afname gewoon doorgaan of gaat er een afremming plaats vinden?
Zo ja, waardoor?
Kan het smelten ook sneller gaan in de laatste fase? Zo ja, waardoor?
Groet,
Cees
Quote selectie