Als een sneeuwvlok door een 'warme' luchtlaag valt, zal hij gaan smelten, als die druppel lager weer in een 'koude' luchtlaag komt met een temperatuur van onder nul, dan koelt die druppel ook af tot nul graden of nog iets lager. Een kleine druppel bevriest echter niet meteen bij een temperatuur van -0,0 graden, maar pas bij een wat lagere temperatuur, dat wil zeggen, als die druppel geen 'schok' krijgt door een botsing tegen een vast voorwerp, bijvoorbeeld, of door een botsing tegen een andere druppel! Zeer kleine wolkendruppeltjes kunnen wel vloeibaar blijven tot een temperatuur van -10 graden! Dat is ook de reden dat neerslag vormende processen het best werken bij een temperatuur van -10 graden of nog iets lager, omdat dan de vloeibare druppels, pats, boem, dan massaal beginnen te bevriezen. Het verhaal is uiteraard nog iets ingewikkelder.
Naarmate een onderkoelde druppel kouder wordt, neemt uiteraard de kans toe dat deze bevriest en dat kan dus ook gebeuren als hij nog steeds in de lucht hangt, in zijn val naar het aardoppervlak. Mocht hij, aangekomen bij de grond dus opnieuw bevroren zijn, spreken we dus van ijsregen.
Quote selectie
.