Het meten, ja dat klopt. Alleen globale gemiddelden zeggen iets op dit punt.
Mijn punt is dat het broeikaseffect op iedere plaats inwerkt. Je zou ook lokaal een slim model kunnen opstellen dat aangeeft hoe de straling in alle lagen van de atmosfeer werkt ( best in een differentiaalvergelijking).Straling omhoog, straling omlaag, effect van het CO2 gehalte. Misschien zitten er dan te veel parameters in zo’n model om het zinvol te berekenen. Kwalitatief gezien kan het niet anders zijn dan dat op iedere plaats het broeikaseffect van invloed is. Hoe kan het anders? Dit gaat toch gewoon over eigenschappen van broeikasgassen en bekende fysisch/wiskundige kost betreffende straling? Als het lokaal niet zou werken zou het ter plaatsen 30 graden kouder zijn dan elders.
Nogmaals, het zou kunnen dat het niet te becijferen is en dat is zo’n plaatselijk record van weinig waarde.
Ik beschouw het als een gesloten systeem waarbinnen de afzonderlijke ingrediënten (incl. de AGW) continu dooreen worden gemengd, met als resultaat een mengsel met een afwijking van +X° t.o.v. de laatste keer dat het mengsel is gemeten. Maar om zinnig te zijn moet dat op lange termijn gebeuren.
Hieruit volgt dat: éénmaal gemengd het broeikaseffect (als één van de ingrediënten) dus niet meer inwerkt op het mengsel. Je kan dus louter een globale waarde of afwijking meten, omdat het altijd een mengsel betreft.
Het "gedrag" van het mengsel door er AGW aan toe te voegen is iets anders... Mij lijkt het regionaal en lokaal te klonteren (bvb. door het optreden van extremen en persistente weerpatronen, waaronder ook afwijkingen in de stralingsbalans).
Quote selectie