Ik heb die discussie daaromtrent enkele dagen geleden met interesse gevolgd en ik had het gevoel dat er wat naast elkaar heen gepraat werd. Er werd bijvoorbeeld vaak vergeten te vermelden of men het over luchtdruk aan de grond of luchtdruk in de hoogte had.
Voor zover ik uit het archief kan opmaken worden vele koudegolven in de stijgers gezet via een opstuw naar het noorden van de 552 dam ten westen van het Europese continent. Vaak zie je dan een soort van gele vinger (gebied waarin het 500hpa niveau boven de 552 dam ligt) naar het noorden wijzen. Er wordt dan warme lucht vanuit het zuiden in de hoogte naar het noorden getransporteerd ( warme lucht advectie). Dit schijnt dan de stabiliteit van het hoog te bevorderen. Hoe beter dat hoog volloopt met warme bovenluchten hoe steviger en hoe stabieler. Vaak krijg je dan door nieuwe aanvoer van warme lucht aan de westzijde van zo'n hoog een schijnbaar retrograde trekrichting van het hoog (dit verzekert dat Europa aan de goede kant blijft liggen). Vermits hogedrukgebieden toch gekenmerkt worden door relatief warmere bovenluchten lijkt het mij logisch dat wanneer er warmte vanuit het zuiden wordt aangevoerd (in de poolgebieden kan dit naar het schijnt ook vanuit de stratosfeer gebeuren)en zo'n koud poolhoog met veel koudere bovenluchten zich ineens met dat veel hogere geopotentiaal dat vanuit het zuiden aan de westflank wordt aangevoerd volzuigt de stabiliteit ervan fors toeneemt. Als zo'n warme bel in de hoogte zich ergens in de buurt van Ijsland of in de Noorse Zee weet af te snoeren blijft de hogedruk daar vaak meerdere dagen standhouden.
Die uitleg dat warmteadvectie hogedruk afbreekt leek wel logisch, maar staat in tegenspraak met de vaststelling dat hogedruk daar ontstaat waar de bovenluchten warm zijn. En als er dan warme lucht in de hoogte naar het noorden wordt getransporteerd dan ontstaat daar een hoog. Zo leert de ervaring.
mvg,
Dieter
Quote selectie