De spreiding in het ensemble is recht evenredig met de betrouwbaarheid, waarbij je inderdaad wel rekening moet houden met een natuurlijk toenemende spreiding met de tijd maar de stelregel blijft: minder spreiding is een hogere betrouwbaarheid. Randvoorwaarde is dat het ensemble zo geconstrueerd is dat het het (nagenoeg) volledige oplossingsspectrum dekt. In de praktijk is dit niet geheel het geval, maar in zeker 90 van de 100 gevallen bevindt de uiteindelijke oplossing zich binnen de spreiding van het ensemble. Dat geldt zowel voor het NCEP/GFS als ECMWF ensemble. Het ECMWF heeft weliswaar meer leden, maar dat ligt aan de perturbatiemethode (de manier waarop de verstoringen in de beginsituatie worden aangebracht). NCEP heeft minder leden nodig omdat hun perturbatiemethode van nature een veel grotere spreiding oplevert die vrijwel het hele oplossingsspectrum dekt, zodat bezuinigd kan worden op het aantal leden en dus rekenkracht. Bij NCEP was het verschil tussen 10 en 15 leden (vorig jaar en nu) niet bijster groot, het verschil tussen 25 en 50 leden bij ECMWF was tien-vijftien jaar geleden veel groter.
Gr. Ben
( 83)
( 120)
( 290)
*edit*
( 215)
( 88)
( 170)
( 121)
( 64)
( 102)
( 125)