Het artikel wat ik gelinked heb, is van mij ja. Het gemiddelde ligt onder dat wat de modellen suggereren en is gelijk aan de surface trend. Er zit vooral mogelijk een probleem in de tropen, waar volgens de theorie amplificatie zou moeten zijn op enige hoogte van de opwarming door vrijgekomen latente warmte. De waarnemingen laten dit niet zien, althans niet op langere termijn (wel op interjaarlijkse schaal). Een tweetal verklaringen zijn daarvoor mogelijk: de amplificatie op korte termijn wordt door andere fysische mechanismen veroorzaakt als die op langere termijn, iets wat de modellen nog niet kunnen oppikken, of er zijn nog altijd niet-klimatologische invloeden aanwezig in de waarnemingen die zorgen voor afwijkingen op langere termijn. In een artikel van Karl et. al. 2006 wordt vooral gedacht aan het laatste, mede omdat het instrument (MSU) dat gebruikt wordt vooral bedoeld was voor fluctuaties op korte termijn en niet zo lang in de ruimte zou blijven.
Temperature Trends in the Lower Atmosphere: Steps for Understanding and Reconciling Differences. Thomas R. Karl, Susan J. Hassol, Christopher D. Miller, and William L. Murray, editors, 2006. A Report by the Climate Change Science Program and the Subcommittee on Global Change Research, Washington, DC.
Gr. Ben
Puik werk.
Wanneer de opwarming bovenin achterblijft impliceert dat grotere onstabiliteit. Daar is wel wat voor te zeggen gezien de wereldwijde trend van heftigere stortregens. Dat zou kunnen wijzen op krachtigere convectie.
Eén van de verklaringen zou ook kunnen zijn de sterkere opwarming boven land dan boven water waardoor de continentale convectie een iets groter aandeel heeft. Het versterkte effect van hoger watergehalte (waardoor de natadiabaat steiler loopt) kan dan worden gecompenseerd door een hogere wolkenbasis. Uitdroging van de grond, veranderd bodemgebruik (denk aan de kap van tropische regenwouden) en betere vertikale menging leiden tot een lagere relatieve vochtigheid van de grenslaag en dus tot een hoger CCL.
Een ander verklaring die vooral de lange termijn dekt zou het inmengen van relatief koude stratosferische lucht kunnen zijn. De troposfeer warmt op en de stratosfeer koelt af waardoor de stabiliteit van de tropopauze afneemt. Een betere (hetzij nog steeds geringe) uitwisseling met de stratosfeer is dan mogelijk.
Overigens, het hele punt van achterblijvende opwarming van de troposfeer is geen raadsel op zich. Samen met andere onzekerheden en vragen in de totale opwarmings hypothese is de puzzel ook wel oplosbaar.
Victor
Quote selectie