Want het toplaagje van het Arctische zeewater is nogal zoet, ook zee-ijs zelf is zoet en draagt bij smelten dus bij aan het toplaagje.
Bron van dat zoete water is overigens voornamelijk de grote Siberische rivieren.
Het speelt een hoofdrol in het gemak waarmee de zee in de voorwinter (zoals nu) weer dichtvriest. Werkelijk zout water bevriest moeilijk, niet zozeer door de kleine vriespuntverlaging (ca. twee graden) als wel doordat het water eerst tot grote diepte afkoelen moet - dit doordat de grootste dichtheid van zeewater aan het vriespunt bereikt wordt en niet bij +4° C. Bij het afkoelen aan het oppervlak zinkt dat zoute oppervlaktewater dus eerst.
In 'De wateren van de wereldzee' door P. Groen staat een extreem goed hoofdstuk over het fenomeen zee-ijs, zie link: er is nog aan te komen.
Quote selectie