(kaartjes worden momenteel bewerkt)
Beste forummers,
Met het winterseizoen in aantocht schrijf ik eens een stukje ivm strenge koudegolven. Dit stukje postte ik een tijdje terug op een Italiaans weerforum, waar men enthousiast reageerde. Daarom heb ik het terug naar het Nederlands vertaald, in de hoop er enkelen mee van nut te zijn. Op de kaartjes staan nog wat aantekeningen in het Italiaans, let daar maar niet op
.
0. Inleiding
Het gaat in deze posting over de koudegolven die ontstaan ten gevolge van rugopbouw richting N-Europa. De Russische winterinvallen ten gevolge van retrograde bewegingen worden hier niet in uitgelegd, aangezien die minder vaak voorkomen.
Deze tekst is gebaseerd op de felste koudeinvallen uit onze geschiedenis.
1. Noordelijke hogen: Vorming
Hieronder een kaartje van … 1956. Ja, ik weet het, het is meteen één van de koudste kaartjes in het WZ-archief. We zien een langgerekte NO-lijke stroming over een groot deel van Europa. De NO-wind is ijzig koud, en de geopotentialen zijn erg laag. De koude, zware lucht, zorgt ervoor dat het niveau van het 500hPa-vlak erg laag is.
Laten we echter kijken naar de regio Ijsland. We zien een gele “vinger”, met relatief hoge geo’s (gele kleur) door toedoen van een ZW-lijke aanvoer. De aanvoer van zachte lucht zorgt voor hogedrukvorming. Simpel uitgelegd: zachte lucht op hoogte koelt af en heeft de neiging te dalen. Daardoor krijg je hogedrukvorming.
Hieronder het kaartje uit 1985 : ook toen begon de koudegolf met warmeluchtadvectie richting Ijsland. Elk sterk (winters) hogedrukgebied begint met de aanvoer van zachte lucht.
Om een ingrijpende warmteadvectie richting N te veroorzaken, heb je wel een uitbraak van koude lucht nodig op de Oceaan. Bekijk eens wat er gebeurt ten Z van Labrador: een pak zeer koude lucht (let op de geo’s) zakt naar het Z op de Oceaan. De reactie is een remonte van de zachte lucht naar het N. Het lijkt wel op een golvende beweging. De grote golven worden ook wel Rossby-golven genoemd. Hoe groter de golven, hoe meer uitwisseling van koude en warme lucht tussen de breedtes. Bij een strakke W-O verdeling is de kans op winterweer in Europa nihil.
Als een rug dtv warmeluchtadvectie noordelijk genoeg reikt, kan de daaropvolgende reactie het afzakken van koude lucht uit het N zijn. Een wat kantelende rug kan de stroming doen draaien naar NO tot O, waardoor de felste kou ons kan bereiken.
:Wat we dus nodig hebben om aan winterweer te raken :
1. een meridionaal hoogtepatroon, metfel uitslaande golven
2. liefst een koudeuitbraak ten Z van Labrador
3. een zachte reactie richting Ijsland (ZW-aanvoer)
4. ijskoude reactie uit N-Europa
5. wenselijk: lagedruk boven Z-Europa, dat als trekpaard fungeert voor de koude lucht
6. een wat kantelende rug, met aanvoer van de felste kou uit het O/NO
2. Voorwaarde : koudereservoir
Om koude lucht van punt X naar punt Y te krijgen, zou het in punt X liefst al koud moeten zijn. Echter, als de hogedrukrug noordelijk genoeg reikte, wilde de kou vroeger wel eens heel snel naar het Z zakken, als is zoiets eerder uitzondering dan regel. Je hebt daarvoor toch al verschillende dagen (een week) NO-stroming nodig, wat uitzonderlijk is. Kou zou dus best al op de loer moeten liggen.
Een koudereservoir is een plas koude lucht die aanwezig is boven N/NO-Europa. Halverwege februari 2005 (zie kaartje), brachten de prachtige luchtdrukverdelingen niet veel op. Er was niet veel koude voorradig vlak voor installatie van de winden uit NO/O. Dit kwam doordat een Russisch hoog zorgde voor milde ZO-winden in een groot deel van NO-Europa.
In 1956 zie je hoe de strenge kou al te popelen stond. De minste zucht uit het NO zou al voldoende zijn.
Probleem 1
Soms zijn alle elementen aanwezig voor een stevige winterprik, maar loopt het toch mis:
- advectie zachte lucht richting N
- koudelucht uitzakking richting Z/ZW
- aanwezigheid koudereservoir
Maar ook dan moeten we rekening houden met een aantal addertjes. Bekijk het onderstaande kaartje.
:
Stevig hoog, niet ? Maar kijk eens wat er op de Oceaan gebeurt. Daar waait een zonale WC, waarbij het hoog niet gevoed wordt, maar weggedrukt wordt, en soms zelfs aangevreten wordt door koude lucht. Waaide daar een ZW-wind op de Oceaan, dan was de uitgangspositie een stuk beter geweest.
Probleem 2
Begin februari 2001. Menig winterliefhebber gaat nu alweer een steek door het hart voelen. Een stevig winters hoog was in de steigers gezet, een grote plas kou bewoog richting ZW …richting Oceaan helaas.
Door de te noordelijke ligging van het hoog, kwam de kou boven het warmere zeewater terecht, een depressionaire cocktail was het gevolg..
Gevolg: de koude lucht stak de lont aan op de Oceaan en zwengelde de WC aan. Winterse zelfmoord, zou je kunnen stellen.
Probleem 3
Als het hoog niet noordelijk genoeg aanpunt, krijg je eromheen vrij milde winden zonder scherpe kouaanvoer. In feite krijg je dan een erg noordelijke WC, met weinig kansen op transportkou.
Samenvatting
Ideaal is een forse kou-uitbraak ten Z van Labrador, met het ontstaan van een erg noordelijk reikende rug van hogedruk tussen Ijsland en Noorwegen. Te westelijk of oostelijk gelegen ruggen zijn te vermijden.
Als reactie daarop zou de kou best een ZZW-lijke richting varen, richting Middellandse Zee. Wenselijk is de aanwezigheid van veel kou in het brongebied.
De rug gaat best geleidelijk kantelen, zodat de echte kou ons kan bereiken.
Groeten
Quote selectie