Aanvriezing als algemene term is bij ons (in Nederland) wel bekend. Aanvriezende mist is de bekendste variant, maar rijp is ook een variant. Het gaat om het hechten van vocht, al dan niet geoncdenseerd, aan een oppervlak -waarna- het past bevriest dankzij warmteuitwisseling. Het zijn allemaal benamingen voor hetzelfde: vloeibaar water, met temperatuur boven 0°C, raakt bevroren en ondergaat de faseovergang van vloeibaar naar vast.
Bij 'ijzel' gaat het heel specifiek om vloeibare neerslag die onderkoeld is, dat wil zeggen: een temperatuur -onder- 0°C is. Bij aanraking met een oppervlak treedt onmiddellijk de faseovergang op. De temperatuur van het oppervlak en dus warmteuitwisseling speelt bij de vorming van de ijslaag op het oppervlak totaal geen rol. De ijslaag zou wel weer snel afgebroken kunnen worden als het oppervlak warm genoeg is (gladheid door ijzel op een kokende plaat krijg je niet

).
Als het dus gaat om gladheid verwachten hoef je voor ijzel niet te letten op de temperatuur van het oppervlak waar de neerslag op valt, zodra je denkt dat de neerslag die valt onderkoeld is zodra het de grond bereikt kan je vrij snel ervan uitgaan dat zich gelijk een ijslaag vormt. In theorie is het natuurlijk mogelijk dat de oppervlaktetemperatuur (bijvoorbeeld van een wegdek) nog 15°C is terwijl er ijzel valt, maar dat is hoogst uitzonderlijk en zou enkel aan het begin van de winter kunnen als een wegdek overdag nog warm genoeg kan worden door een sterke bodemflux en voldoende sterke, langdurige instraling voorafgaand aan de neerslag.
Gr. Ben
Quote selectie