Jazeker, dat heeft te maken met de afvoer van stollingswarmte. Als zich ijs gaat vormen in een onderkoelde hoeveelheid water met een temperatuur van -1°C, wordt door de vrijkomende warmte de omgeving van de zogenaamde vrieskern verwarmd. Verdere bevriezing treedt op bij een temperatuur dicht bij 0°C zodat er uiteindelijk een ijs-watermengsel is van 0°C. De soortelijke warmte van water is ~4 kJ/kg per graad, dus voor de verwarming van een liter water van -1°C naar 0°C is ~4,2 kJ nodig.
De warmte wordt geleverd doordat die liter water bevriest. Aangezien de stollingswarmte van water bij 0°C zo'n 335 kJ bedraagt, komt bij bevriezing van dat water die hoeveelheid energie vrij. Het uiteindelijke aantal kg water dat bevriest vind je uit 335 = 4,2t ofwel t/80. Als er totaal geen afvoer van stollingswarmte is naar de omgeving, bevriest per graad van onderkoeling maar 1/80ste deel van het water. Dit is de reden waarom er onderkoelde neerslag kan bestaan: in sommige luchtsoorten is de afvoer van warmte naar de omgeving behoorlijk inefficiënt zodat je nog water kan hebben van -20°C die vloeibaar is. Beneden -40°C treedt spontane bevriezing op.
Gr. Ben
Quote selectie