Wat Marcus zegt speelt natuurlijk ook mee: in erg schone lucht zijn er weinig of ongeschikte nuclei voor vrieskernen. Zie de Engelse wikipedia die dit goed uitgelegd.
Eigenlijk is het zo dat een lucht met te weinig nuclei voor ijskeren ervoor zorgt dat vloeibaar water in de eerste plaats onderkoeld kan raken, gebrekkige afvoer van stollingswarmte zorgt ervoor dat het dat ook enige tijd blijft.
Een leuk experimentje: neem een kom, zout, ijsklontjes en een plastic bekertje. Vul de kom voor de helft met water en los er zoveel mogelijk zout in als mogelijk. Doe de ijsklontjes erin en wacht een paar minuten. De temperatuur van het water moet onder 0°C komen. Giet een kleine hoeveelheid water in de plastic beker, probeer dit water zo zuiver mogelijk te krijgen. Laat het bekertje drijven in de kom. Na 10 minuten zal het water in het bekertje in thermisch evenwicht zijn met het water erbuiten, het water in het bekertje is nu onderkoeld. Doe nu een klein beetje stof of iets anders zeer kleins in het bekertje: het water bevriest onmiddellijk (vrijwel) volledig.
De principes die hier werkzaam zijn, zijn het feit dat water pas bevriest als het nuclei bevat die kunnen dienen als vrieskernen. Zout water heeft een lager vriespunt dan zuiver water, vandaar dat we het water in de kom onder 0°C kunnen brengen. Het water in het bekertje is zuiver, maar zo zuiver dat er geen nuclei in zitten om het water te laten bevriezen. Dit gebeurt pas zodra je er wat stof in laat vallen. Je zult ook merken dat de temperatuur van het water in het bekertje oploopt van iets onder 0°C naar 0°C, omdat stollingswarmte nodig om het water te laten bevriezen vrijkomt.
Gr. Ben
Quote selectie