Hoi Cees,
Het gaat dan om dit citaat:
De belangrijkste oorzaak is dat deze projecties zijn gebaseerd op computermodellen, waarin een prominente plaats is gegeven aan de hypothese dat de waargenomen stijging van de CO2-concentratie in de atmosfeer het aardse broeikaseffect substantieel zou kunnen beïnvloeden.
Deze zin geeft volgens mij heel duidelijk weer dat de auteurs van het rapport niet goed weten hoe klimaatmodellen nu eigenlijk zijn opgezet. Dat de waargenomen stijging van de CO2-concentratie in de atmosfeer het broeikaseffect beïnvloed -blijkt- uit de resultaten van het model. Het is geen hypothese of veronderstelling die in het model aanwezig is. De conclusie komt uit het model rollen als je er een module instopt die stralingsabsorptie gaat berekenen aan de hand van profielen van de verdeling van bepaalde gassen.
Die modules zitten dus in de modellen, zij voeren betrekkelijk simpele vergelijkingen uit: spectroscopische berekeningen. Zij doen dit niet frequentie voor frequentie, omdat dit veel te veel tijd zou kosten. Daarom worden alleen de belangrijkste frequenties genomen, gegroepeerd zodat zij een continu spectrum vormen. Dit worden
spectrale lijnen genoemd. Vervolgens wordt de geabsorbeerde en doorgelaten straling berekend voor elke lijn. Dit gebeurt voor elk roosterpunt en elke tijdstap weer. De genoemde berekeningen zijn gestoeld op wetmatigheden uit de natuurkunde, waarvan de Wet van Lambert-Beer het belangrijkste in dit verband is. Wil je dus de stijging van temperatuur door toegenomen CO2 ontkrachten, moet je ook het fundament onder de spectroscopie en Lambert-Beer vandaan halen.
In het model zitten een tweetal belangrijke randvoorwaarden die het gedrag beïnvloeden: de waargenomen concentraties van gassen en hun geografische verdeling (zowel horizontaal als verticaal). Als er sprake is van een modelrun die het verleden moet herberekenen, dan wordt de waargenomen verdeling van gassen elk jaar of elke maand van de modelrun hard ingesteld zodat het model niet teveel afdwaalt (vroeger was dit cruciaal om de modellen goed te krijgen, tegenwoordig is dit nauwelijks meer nodig). Het is namelijk het geval dat de verdeling van de gassen vanaf het moment dat het model gaat draaien volledig wordt bepaald door de stromingen die het model zelf berekend.
Het komt er uiteindelijk op neer dat elke hypothese weer gestoeld is op reeds bewezen fundamenten. De absorptie van infrarode straling door koolstofdioxide blijkt al uit spectrale analyse (gewoon experimenteel aan te tonen in een laboratorium) en uit berekeningen m.b.v. de Wet van Lambert-Beer. Maar dat het in de Aardse atmosfeer ook zo werkt, en ook meetbaar is, blijkt als je de spectrale vergelijkingen in een simpel model stopt dat alleen maar de absorptie van en het opnieuw emitteren van infrarode straling door koolstofdioxide voor de hele Aarde uitrekent. De enige invoergegevens zijn de waargenomen concentraties en de verdeling daarvan.
Het gegeven -dat de temperatuur in de atmosfeer verandert door de absorptie van IR door koolstofdioxide- op zichzelf is dus géén hypothese maar juist een resultaat uit een combinatie van natuurkundige wetmatigheden en empirisch bewijs! Dat is uiteindelijk wat een model ook is: een verzameling van vergelijkingen met uitkomsten. Wil je het model ontkrachten, moet je niet de uitkomsten bestuderen maar de vergelijkingen. Er is geen enkele constante in een klimaatmodel die regelt hoeveel energie een CO2-molecuul absorbeert of dat CO2 wel absorbeert en CO3 niet.
Gr. Ben
Quote selectie