Er zijn wel honderden feedback mechanismen te bedenken die als hypothese kunnen dienen en zowel klimaatsverandering kunnen versterken als verzwakken. Zijn ze logisch en fysisch goed doortimmerd dan zouden ze in principe moeten werken.
Grote vraag is of ze kwantitatief toereikend zijn. De invloed daarvan kan variëren van heel sterk tot verwaarloosbaar. Om daar inzicht in te krijgen wordt veel gewerkt met klimaatmodellen. Bij de complexe, fijnmazige modellen komen veel terugkoppelingen er automatisch uitrollen. Dat geldt ook voor mechanismen die niet eens bij de onderzoeker bekend zijn. Daarnaast missen modellen ongetwijfeld terugkoppelingen.
Verder kijken klimatologen naar het klimaat uit het verleden om informatie over de werking van het klimaat te verkrijgen. Met modellen wordt dan vervolgens geprobeerd dat klimaat te simuleren. Dit geldt zowel voor prehistorische tijden als het recente satelliettijdperk.
Veel onzekerheden bestaan er nog omtrend de talrijke wolkenfeedbacks.
Als we de satellietdata mogen geloven is er de laatste decennia een significante afname van de wereldgemiddelde bewolkingsbedekking geweest. Net als broeikasgassen houden wolken uitgaande warmtestraling vast. De afname is mogelijk zo sterk dat alle extra warmte die door toename van broeikasgassen is vastgehouden via de opklaringen weer is verdwenen. Netto is er dan helemaal geen sprake geweest van een versterkt broeikaseffect.
Echter, wolken reflecteren ook zonnestraling. Neemt de hoeveelheid bewolking af dan kan meer zonlicht het aardoppervlak bereiken en het klimaat opwarmen. Er zijn nu geloof ik slechts twee klimaatmodellen, waaronder die van het Britse Hadley centre die dit laten zien.
(Invalid img)
De oorzaak is niet bekend. Hiermee komt wel weer de kosmische stralingshypothese van Henrik Svensmark in beeld maar dat verklaart nog niet de afnemende trend aangezien de gemiddelde zonneaktiviteit niet is toegenomen over die periode. Eerder heb ik hier de hypothese al eens geopperd hoe broeikasgassen wolken kunnen doen oplossen (zie
hier). Maar het kan ook het gevolg zijn van het ‘gat in de ozonlaag’ of van de opwarming van het klimaat zelf. Ik heb daar ook een theorie voor ontwikkeld. Deze gaat er vanuit dat de gemiddelde relatieve vochtigheid wordt bepaald door de hoeveelheid en kracht van de (diepe) convectie in de atmosfeer. Een daling van de RV verlaagt de hoeveelheid bewolking wat leidt tot meer instraling van de zon. Dat laatste is dan weer de drijvende kracht achter de convectie. In de zomer onweert het immers veel vaker als in de winter omdat de zon dan sterker schijnt.
Onderstaande afbeelding geeft deze ‘feedback loop’ schematisch weer.
(Invalid img)
groeten Victor
Quote selectie