De eerste kortebaanwedstrijden zijn ook altijd op ijsbanen op veengrond, waarschijnlijk vanwege de lage warmtegeleidingscoëfficiënt van verzadigd veen.
Die banen hebben ook een zeer geringe waterdiepte, van 15 tot 30 cm, geen 2 meter. Daar speelt bodemwarmte inderdaad een belangrijke rol. Bij een diepte van 2 meter is het effect van bodemwarmte al veel minder op de toplaag van 5 cm. De verhouding tussen toplaag en waterdiepte is 1:3 tot 1:6 voor zo'n veenbaan en 1:40 voor een diepe, brede sloot of een kanaal.
Gr. Ben
Quote selectie