Het komt op mij over alsof je verwachting eigenlijk geheel gebaseerd is op hetgeen zich nu in de troposfeer en stratosfeer afspeelt en afspeelde de afgelopen weken op hogere breedten. Ik interpreteer wat je verder noemt met allerlei jaren met verschillende winters als ondergeschikt daaraan.
Ik wil direct geloven dat er inderdaad een verband is tussen het gedrag in die luchtlagen en de NAO -om maar wat te noemen- , maar dat zou ik dan graag bewezen zien. Klinkt misschien wat zouteloos zo, maar als er een verband is, is het aantoonbaar, toch?
Verder moet je doen waar je zin in hebt. Doe ik ook.
Woord voorafveSeizoensverwachtingen, en dan in het bijzonder voor de winter, doen ieder jaar weer veel stof opwaaien. Dit jaar helemaal, toen de media begin oktober al een horrorwinter afkondigden. Hoewel er serieuze pogingen worden ondernomen vinden velen het maar waarzeggerij. Ik heb ook zo’n glazenbol en daarom wil ik hier graag eerst wat over kwijt.
Aan iedere weersvoorspelling kleeft onzekerheid omdat de atmosfeer nogal complex is. De slagingskans van een weersverwachting hangt sterk van de schaal, de termijn, en uiteraard de methode af. Zo is het gedrag van een afzonderlijke bui tot een aantal uren vooruit te voorspellen. Maar een verwachting voor een dag of twee verder is zelfs met het meest geavanceerde en gedetailleerde weermodel onmogelijk. Dit heeft met de chaostheorie te maken waarbij een kleine verstoring in de begintoestand onvoorziene gevolgen heeft. Op een gegeven moment zit je achter de voorspelbaarheidhorizon te kijken. Voor de grootschaligere weersystemen zoals hoge- en lagedrukgebieden en straalstromen is de voorspelbaarheidhorizon vastgelegd op maximaal twee weken. Ook bij de ontwikkeling van depressies kan een kleine verstoring grote gevolgen hebben. Als die verstoring vanuit een individuele bui komt zit je in principe over twee dagen al achter de voorspelbaarheidhorizon maar de kans dat het net in jouw aandachtsgebied roet in het eten gooit is nog klein. Na een dag of tien is de kans heel groot dat één of andere kleine verstoring de situatie anders maakt dan berekent en een paar dagen later is er niets zinnigs meer over het weer te zeggen.
Dat betekent echter niet dat alles mogelijk is. Zo zal het in januari nooit 25 graden worden achter die horizon. Hoewel er niets valt te zeggen over de posititie van hoge- en lagedrukgebieden wil dit niet zeggen dat alle windrichtingen gelijke kansen hebben. De wind heeft op onze breedte dan toch een voorkeur voor west of zuidwest en zo komen we bij de klimatologie terecht. Terwijl je over het weer geen oordeel mag vellen over de lange termijn moet je bij het klimaat juist een lange termijn nemen om uitspraken te mogen doen. Precies andersom dus. Een seizoen zit daar net tussen in. Deze periode telt 90 dagen en de klimatologische norm beslaat 100 seizoenen.
Wij zien vaak lagedruk bij IJsland en hoge druk bij de Azoren. Dit is een onderdeel van de globale circulatie tussen de warme tropen en de koude pool en de ligging van continenten en oceanen. Hoewel de mogelijke drukverdeling achter de voorspelbaarheidhorizon divers is zal de klimatologische variant ook vroeg of laat weer terug komen. De atmosfeer wordt dan als het ware gereset. Er werken krachten tegen het chaotische gedrag van het weer in om de zaak weer naar de basistoestand te brengen. Sommige parameters in het weer staan vast, zoals de dagelijkse gang en de ligging van land en zee. Daarnaast heeft de temperatuurverdeling in de bovenste oceaanlagen invloed op de weersontwikkeling. Ook de oceanen zijn behoorlijk complex en staan onder invloed van de onvoorspelbare atmosfeer maar omdat die enorme hoeveelheid water traag reageert lig de voorspelbaarheidhorizon veel verder in de toekomst. Verder heeft de stratosfeer nog effect op het weer (in de troposfeer) . Hoewel ijl en flexibel is de fysica van de stratosfeer veel eenvoudiger. Zolang verstoringen vanuit de troposfeer beperkt blijven zijn daarvan ook voorspellingen tot maanden vooruit mogelijk.
De kunst van seizoensprognoses is naar bovengenoemde parameters te kijken en de uitwerking daarvan op de troposferische luchtcirculatie in te schatten. Het heeft geen zin het weer van dag tot dag te berekenen maar wel om een kansverwachting op te stellen van voorkeursweertypen. Naar mijn idee wordt een deel van het weerpatroon door chaos en toeval veroorzaakt een het andere deel door bovengestuurde parameters in combinatie met de klimatologie. Uit afwijkingen uit de oceaantemperatuurverdeling (SST-anomalies) en de stratosfeer tracht ik een gewijzigde basistoestand te destilleren, die zich in een deel van het aankomende winterseizoen voordoet. Voor een afzonderlijke maand is een verwachting op deze wijze te onzeker omdat de periode waarover die gemuteerde klimatologie zich kan voordoen nogal kort is. Ook verwachtingen voor de lente en herfst zijn voor mij een brug te ver omdat de ideale basissituatie door die seizoenen sterk aan verandering onderhevig zijn. Ik baseer mijn prognose zowel op theorie, het conceptmodel, waarin de uitwerking van SST-anomaliëen op het stromingspatroon worden beschreven, als op analogie. Dan wordt gekeken naar jaren in het verleden met vergelijkbare verdeling in zeewatertemperatuur. Dit geldt ook voor de stratosfeer.
Verwachting in het kort
Normale tot zachte winter met een gemiddelde temperatuur tussen 3 en 4,5 graden.
December en januari verlopen te zacht maar februari mogelijk een stuk kouder. Oceaandepressies domineren de weerkaarten. Afzonderlijke depressies nemen sterk wisselende routes naar Europa en kunnen daardoor de lage landen van alles brengen. Daartegenover ligt Nederland ook regelmatig onder de vleugels van continentale hogedruk. Oceaanhogen met maritieme NW-stroming hebben een kort leven. Stralingsvorst komt dan wel weer voor en eventueel transportkou uit Rusland.
Nadere specificaties
Stratosfeer
De poolwervel is al vroeg op behoorlijke sterkte gekomen en ook in de troposfeer tollen de westcirculaties in het rond. Dit lijkt geen gunstig teken voor de winterfans.
De QBO is achter gaan lopen op haar gebruikelijke 2-jarige ritme. De oostenwinden boven de tropen zitten nu nog te hoog om de poolwervel effectief af te remmen. Samen met het natuurlijke gedrag van de stratosfeer richting het nakende voorjaar verwacht ik een SSW in februari, waarbij de poolwervel in tweeën wordt gespleten.
Hierdoor wordt de westcirculatie aan banden gelegd en neemt de kans op aanhoudend zacht weer sterk af.
Eind januari 2009 werd de poolwervel ook gespleten. Dit had tot gevolg dat de westcirculatie, die toen net op stoom kwam, in de kiem werd gesmoord. Spontane drukstijgingen boven NO-Europa gaven de eerste twee februaridagen een flitshoog boven Scandinavië. Tegelijkertijd trok een lagedrukgebied over centraal Europa snel retrograads de oceaan op waarachter zachte lucht vanuit het Middellandse zeegebied naar de lage landen stroomde. Vervolgens kroop een oceaanrug hoopvol naar het noordoosten. GFS wees eensgezind op een koude bel lucht die vanuit Scandinavië over ons uit zou stromen. Maar slechts drie dagen van te voren trokken de Amerikanen deze worst voor onze neus weg en kregen we grijs, regenachtig weer met alleen in uiterste oosten af en toe nog een vleugje winter. Hoewel de weerkaarten op de kop stonden stelde het winterweer geen snars voor. Garantie geeft een SSW allerminst!
Watertemperatuur Grote Oceaan
De temperatuurverdeling in de ‘Pacific’ is vrouwelijk, d.w.z. La Nina in een duidelijk koude fase van de PDO. Samen met het te warme water rond ZO-Azië duidt in de meeste gevallen op een (zeer) zachte winter.
Watertemperatuur Atlantische Oceaan
De gevolgen van het Atlantische patroon van zeewatertemperatuur voor de drukverdeling zijn lastig in te schatten. In de vrijwel overal te warme oceaan zit een poel met relatief koud water gevangen noordwestelijk van de Azoren en bij New Foundland. De uitwerking van deze verdeling is onvoorspelbaar voor NW-Europa. De ideale druksituatie hierbij is een moederdepressie midden op de Oceaan, waarvan de uitlopers ons vanuit het zuidwesten wel weten te overlopen of net niet. Alleen de gouden driehoek blijft dan bijvoorbeeld nog in de koude lucht.
Daarnaast is die koude poel zelf, aan de monding van de warme Golfstroom, nogal instabiel. Om in te schatten wat deze aankomende winter gaat doen heb ik niet alleen naar de SST-anomaliëen gekeken maar ook dieper in de oceaan, dankbaar gebruik makend van het dichte netwerk van ARGO boeien (http://www.nodc.noaa.gov/OC5/3M_HEAT_CONTENT). De laatste gegevens zijn echter nog van juli-september.
Naar verwachting verkast de koudepoel zodanig, dat de straalstroom zuidelijker kan komen te liggen en depressies gemakkelijk onder ons door trekken . Eenmaal in koudere lucht blijven we, zeker in het noorden, ook in de koude lucht. In samenwerking met een retrograad noordelijk continentaal hoog kan dat een winterperiode van betekenis geven. Maar let wel: dit is een prognose gebaseerd op een verwachting van de watertemperatuur anomalieën en niet op de aktuele toestand zelf.
NAO
De NAO-index is voor aanstaande winter van minder belang maar toch noem ik het even.
De temperatuurverdeling van de Atlantische Oceaan heeft een verlagend effect op de NAO-index. Daar staan twee licht verhogende invloeden tegenover, te weten de hoge zonneactiviteit en de ietwat beneden normale Siberische sneeuwbedekking afgelopen herfst. Deze signalen worden voorlopig overstemt door de invloed van de sterke stratosferische poolwervel. Ik verwacht voor december en januari dan ook gemiddeld een positieve NAO-index gevolgd door een scherpe daling in februari. Aangezien fases met een lage NAO cyclonaal van karakter zijn verwacht ik er qua kou en sneeuw niet zoveel van. Geen dominantie van Groenlandse hogedruk zoals in de twee voorgaande winters.
Analogie
De Stille Oceaan kent gelijkenissen met bijvoorbeeld de winter van 2007/08, winters rond het jaar 2000 en de eerste helft jaren ’70. Maar er zijn ook vergelijkingen te trekken met ‘horrorwinters’ als 1955/56 en 1988/89, allebei met koude stratosfeer. Die laatste winter zat ook nog in een vergelijkbare QBO-fase met splitting SSW eind februari. Behalve een luchtdruk laagterecord (26-2-89: 954 hPa) leverde dat verder weinig bijzonders op. Februari 1956 was de allerkoudste maand van de vorige eeuw.
Het temperatuurpatroon van de Atlantische Oceaan zien we terug rond 1960, in de winters van ’77 en ’79, in de najaren van 1979, ‘85, ‘86 en de laatste twee jaar. Het lijstje kan nog worden aangevuld met de winters 1995/96,1997/98, 2002/03, en 2006/07. Dat dit patroon instabiel is blijkt ook uit de analogieën. Waar de aktuele situatie goed overeenkomt met het najaar van genoemde jaren loopt de vergelijking met de opvolgende winter vaak mank of andersom, zoals o.a. in winter 1956. Als ik ook nog de te verwachtten SST’s voor aanstaande winter zou gaan vergelijken wordt het helemaal ingewikkeld. De meeste winters van dat lijstje kenden een lage NAO-index maar waren lang niet allemaal koud zoals 1960, ‘61, ‘77 en ’98.
Er zijn veel analoge jaren op te noemen maar combi’s van beide oceanen zijn schaars, wat bar weinig spoeling geeft om een verwachting op te bouwen. De beste overeenkomst is er eigenlijk nog met de laatste winter. Ik verwacht dan ook elementen uit januari en februari j.l. terug te zien.
Conclusie
De komende 5 tot 8 weken wordt de winter gedomineerd door een sterke poolwervel in combinatie met de effecten van Atlantische en Pacifische zeewatertemperaturen. Dit geeft een doorslag naar zacht en wisselvallig weer. Er is wel eens wat stralingsvorst onder een hogedrukgebied maar de teneur is toch wind en regen. Rond februari raakt de poolwervel naar verwachting van slag. Dit levert waarschijnlijk een geblokkeerd stromingspatroon op met minder invloeden uit de Stille Oceaan. Het wordt dan minder zacht. Mogelijk kan het dan tot vorst van betekenis komen maar de onzekerheid hierover is groot vanwege timing van de SSW, ontwikkeling van de Atlantische koudepoel en kou ten oosten van ons.
Nawoord
Het is de laatste jaren vaste prik dat ik met een winterverwachting kom. Criticasters vragen zich natuurlijk af waarom ik zoveel tijd en energie in zoiets ‘nutteloos’ steek. Mocht deze prognose onzin zijn en ik een naïeveling (ik kom er liever zelf achter) dan blijft het de moeite waard om verschillende redenen.
Ten eerst vind ik het een leuke invulling van mijn weerhobby tijdens de lange donkere novemberavonden, wanneer er buiten toch weinig te beleven is, en deel dit graag met jullie.
Verder is het ontzettend leerzaam. Ik doe hiermee veel kennis op over zowel het weer als het klimaat. Het is uitdagend om in de schemerzone van meteorologie en klimaat te puzzelen.
Tot slot helpt het me enorm bij het beoordelen van de lange termijn modeluitvoer gedurende de winter. Bij grote onzekerheid, spreiding in de pluim, springerigheid e.d haal ik sneller de juiste oplossing eruit.
Of mijn winterprognoses ook uitkomen is nog niet te zeggen. Na twee treffers achter elkaar kan die voor deze winter zomaar in de soep lopen. Pas over een jaar of tien zou daar wat zicht op moeten komen. Een snellere methode is hindcasting. Daarbij bekijk je de parameters in het verleden en ‘voorspel’ je de winter die erop volgde. Maar dat is niet eerlijk want ik ken de uitkomsten al. Het zou mooi zijn als er ook gegevens van SST’s en stratosfeer aan de vooravonden van de winters van bijvoorbeeld de 15e eeuw waren geweest. Daarmee zou ik kunnen hindcasten en vervolgens aan de hand van Buisman kijken of het klopt. Helaas zijn die gegevens er niet.
Overigens probeer ik vooraf aan de iedere maand ook een verwachting te maken volgens dezelfde methode, o.m. voor het invullen van Sjoerds weerpoll. Vaak heb ik geen idee maar soms ook wel en dan blijkt het ook nog te kloppen ook. Het maakt dan ook niet of de pluim voor de eerste decade eensgezind is of niet. Goed, dit geeft me extra vertrouwen maar ik laat het oordeel liever over aan anderen. Ook een reden om prognoses openbaar te maken.
Groeten Victor
Quote selectie