Er komen steeds meer windmolenparken bij in de Noordzee. Het transporteren van hun groene stroom naar het vasteland is echter duur en complex. Dankzij slimme wetenschappers, innovatieve technologie en oude boorplatformen is daar nu echter een opmerkelijke oplossing voor.
Ook in het Nederlandse deel van de Noordzee ligt een groot aantal platformen waar olie en gas wordt geproduceerd. Zo'n honderdvijftig stuks, waarvan enkele tientallen eveneens zijn gestopt met produceren, of in ieder geval hun langste tijd hebben gehad. Het verwijderen van deze mensgemaakte eilanden van staal en beton gaat Nederland mogelijk vele miljarden euro's kosten. Er is echter ook een interessant alternatief. In hetzelfde stuk Noordzee worden tot 2030 nog zeker 15 windmolenparken gebouwd. Om de opgewerkte elektriciteit zo efficiënt mogelijk bij de gebruiker te krijgenmoet mogelijk een duur elektriciteitsnetwerk worden aangelegd. Dankzij de reeds aanwezige platformen en pijpleidingen is er echter ook een andere mogelijkheid: elektrolyse.
Elektrolyse is het omzetten van water in zuurstof en waterstof. Waterstof is een brandstof met een aantal zeer positieve eigenschappen. Zo is de enige 'afvalstof' die bij verbranding ontstaat schoon water. Daar komt bij dat je waterstof ook makkelijk in grote volumes kunt opslaan. In lege gasvelden bijvoorbeeld, bedachten de wetenschappers van TNO. "Door het verbinden van de windparken en de productie installaties kunnen we meerdere vliegen in één klap slaan", stelt René Peters, Director Gas Technology van TNO Energy. "Zo zouden we de door de windmolens opgewekte stroom kunnen gebruiken om waterstof te produceren. Dat kan vervolgens in de gasvelden worden opgeslagen, en op het juiste moment via de reeds bestaande pijpleidingen naar vasteland worden gepompt."
Het produceren van 'groene' waterstof met windenergie wordt 'power-to-gas' genoemd. Naast de nieuwe functie voor in onbruik geraakte boorplatforms levert deze innovatieve transformatie ook een oplossing voor een belangrijke drempel voor het gebruik van windenergie. "Probleem is dat wind geen stabiele energiebron is", constateert Peters. "Soms stormt het, soms is het windstil. En het opslaan van stroom, bijvoorbeeld in grote accu's, is relatief duur. Het opslaan van groene waterstof in de leeggepompte gasvelden is daarentegen goedkoop en kan daardoor mogelijk véél geld opleveren. Het opbouwen van een offshore elektriciteitsnetwerk voor windparken vergt immers een miljardeninvesteringen, net als het opruimen van Nederlandse olie en gasinstallaties op de Noordzee."
Desondanks is ook de 'power-to-gas' oplossing onder huidige omstandigheden nog onvoldoende rendabel. Met subsidie van de Nederlandse overheid onderzoekt TNO daarom in samenwerking met onder meer Energie Beheer Nederland, Shell en Siemens hoe het productie- en distributieproces efficiënter kan worden ingericht. Daarbij is er ook nog een tweede interessante toepassing van groene waterstof waar de partners zich op kunnen richten.
Peters: "De momenteel nog actieve platforms in de Noordzee draaien op stroom die ze zelf opwekken met gasturbines. Daarbij genereren de platforms naast stroom ook best wat uitstoot van CO2, stikstofoxides en fijnstof. Dankzij de connectie met de windparken en hun groene stroom kunnen we die emissies reduceren tot nul." Volgens een voorlopige schatting kan een miljoen ton CO2-uitstoot per jaar worden bespaard als offshore gas en windenergie hun infrastructuur koppelen en energie gaan uitwisselen.
Meer weten? kijk op gas2050.nl
( 670)
( 453)
( 500)
( 301)