bij de Apollo maanvluchten eind jaren zestig en begin jaren zeventig werden al zogenoemde brandstofcellen gebruikt, die werkten met waterstof en zuurstof. Daarmee werd de nodige elektriciteit opgewekt tijdens de maanvluchten. Bij de Apollo 13 vond door kortsluiting in een brandstofcel een onverwachte explosie plaats, de (gelukkige) afloop is bekend. Er zijn nadelen aan het gebruik van waterstof (oa. het ongeluk met de zeppelin Hindenburg) maar met de huidige technieken zie ik het een prima flexibel opslagmiddel bv. bij teveel opgewekte elektriciteit. Dat teveel kan je gebruiken om mbv. elektrolyse van water waterstof en zuurstof te produceren.
Het principe is inderdaad al oud. Volgens wikipedia is het principe al in 1838 ontdekt. Toepassing kreeg het pas toen een onderzoeksgroep in Cambridge in 1959 met een demonstratiemodel kwam dat een vermogen had van 5 kW bij een rendement van 60%. Brandstofcel
Op zich een mooie techniek natuurlijk. Maar het punt was het rendement. Eerst de elektrolyse en dan de brandstofcel. Hoe groot het verlies uiteindelijk is weet ik niet, maar het is duidelijk dat het meer is dan 40%. Als het rendement van de elektrolyse ook 60% is, is het totaal rendement 36% en het verlies dus 64%. Bij direct gebruik van elktriciteit heb je dat grote verlies niet. Een klein verlies zal er onderweg altijd zijn. Transport kost ook energie.
Groet,
Cees
Quote selectie
( 669)
( 452)
( 498)
( 301)