Het zonnevlekkengetal (SSN) werd door Wolf in 1849 geïntroduceerd, en sindsdien systematisch bijgehouden.
Alles voor dat jaar zijn reconstructies, allereerst door Wolf zelf gedaan. Daarbij werd direct al flink 'gekalibreerd'.
Wat betreft Be: in principe heeft de hoeveelheid daarvan een omgekeerde relatie met activiteit van de zon. Echter: Be wordt in de stratosfeer gevormd (vooral op gematigde breedtes), verspreidt zich met hoogtewinden en komt pas in de troposfeer met neerslag naar beneden. Er is dus geen 1 op 1 relatie te leggen tussen wat je aan Be in boringen vindt en de zon; er is veel 'ruis' door andere hoogtewinden, meer of minder neerslag, vulkanisme.
In de door Ben geplaatste figuur zie je een aantal plekken met negatieve zonnevlekgetallen gereconstrueerd op basis van Be-global, dat is natuurlijk irreëel. En aangezien boven de polen nauwelijks Be wordt gevormd, is Be-polar puur afhankelijk van aanvoer van elders.
Over die reconstructies van zonneactiviteit is nogal wat te doen. Met name een astronoom als Leif Svalgaard is van mening dat de activiteit (qua straling etc) nooit onder een bepaald minimum komt, en wel het niveau dat ook bereikt wordt tijdens een regulier zonnevlekkenminimum (eens in de 11 jaar). Volgens hem moeten de reconstructies behoorlijk naar boven worden bijgesteld (zie link met PDF bestand).
Quote selectie