Geavanceerde klimaatmodellen zijn nog veel complexer omdat allerlei processen aan elkaar worden gekoppeld. Op meteorologische schaal kunnen zeewatertemperaturen als gegeven worden beschouwd maar in een klimaatmodellen worden die berekend. Daarvoor dienen zaken als de NAO, bijvoorbeeld, perfect te worden berekend. Gewoon harde fysica zul je denken. Maar hoe kan het dan dat GEM en EC 's winters zo vaak uiteenlopen?
GEM en EC zijn geen klimaatmodellen hè. Bovendien hebben ze andere parameterisaties, andere resolutie, andere manier van numeriek oplossen zelfs. Ook zijn de gebruikte inputgegevens niet gelijk. Er zijn allerlei oorzaken voor aan te wijzen, die niets met fysica te maken hebben.
Ik heb sterk de indruk dat veel modellen hier systematische afwijkingen vertonen. Over vijf dagen valt het nog niet op maar over 10 dagen wel. Een GCM geënt op GEM of EC maakt dus wel uit op klimatologische schaal. Bij de pitfalls, die jij noemt, vergeet je een heel belangrijke; namelijk het gedrag van bewolking.
'Vergeet' ik 'm, of noem ik hem gewoon niet bij de voorbeelden?

. Jij snapt ook dat ik onmogelijk alle tientallen 'pitfalls' kan opnoemen, ik noem slechts de belangrijkste. De klimaatmodellen zijn niet geënt op GEM of EC, ze zijn onafhankelijk gebouwd en werken op een andere manier, gebruiken bijvoorbeeld ook een andere initialisatieprocedure. Ze vertonen inderdaad ook systematische afwijkingen (iets waarvoor men ook zeker niet kijkt naar resultaten op tijdschaal 5 of 10 dagen, maar evenzoveel jaar), maar dat doen alle modellen. Het perfecte model bestaat niet en zal ook nooit bestaan. De inventarisatie van de systematische problemen is een continu proces, in het kader van klimaatverandering is wel belangrijk op te merken dat de afwijkingen onder de verschillende modellen niet allemaal ook nog eens dezelfde kant op wijzen. Dit betekent dat je toch een heel aardig beeld kunt krijgen van de bandbreedte van klimaatscenario's, aangezien elk model zijn sterke en zwakke punten heeft.
De onzekerheid van het cloud albedo-effect is niet groter dan het effect van de antropogene broeikasgassen, maar dit terzijde.
Terugkomend op de schepen, blijft mijn vraag nog steeds in welke mate de temperaturen rond WO2 worden gecorrigeerd en hoe en waarom.
Dat is nog onduidelijk. Er zijn nog geen suggesties voor gedaan, onder andere experimenten met de diverse meetmethoden moet gaan uitwijzen hoe er gecorrigeerd moet worden en of het überhaupt kan.
Het heeft ook geen zin de Labrijnreeks te corrigeren, om maar eens een voorbeeld te noemen. Misschien kloppen de metingen boven land ook niet in de eerste helft van de vorige eeuw omdat men op 2,2 m mat i.p.v. 1,5 m. Of is daar al voor gecalibreerd?
De Labrijnreeks is al gecorrigeerd (gehomogeniseerd). Daarbij is inderdaad onder andere rekening gehouden met een verlaging van de meethoogte, maar ook met de horizontale verplaatsing. Voor meer informatie over de Labrijnreeks kan je bij het KNMI vragen naar de volgende publicatie:
A van Engelen and Nellestijn, JW, 1996, Monthly, seasonal and annual means of air temperature in tenths of centigrades in De Bilt, Netherlands, 1706-1995.
Over de nieuwe gehomogeniseerde reeks over 1901-heden kan je informatie
hier vinden.
Op wereldwijde schaal is nauwelijks homogenisering toegepast, alleen in ruimtelijk verband. Voor meethoogte is soms wel en soms niet gecorrigeerd per station, omdat die hoogte in verschillende delen van de wereld heel anders is en correctie soms ook niet nodig is (in heel winderige gebieden maakt het nauwelijks of niets uit bijvoorbeeld).
Goed, genoeg hierover van mij

. Ik verwijs bovenal naar 't IPCC rapport; de antwoorden op alle bovenstaande vragen en ook jouw op- en aanmerkingen op klimaatmodellen staan daar sowieso al in (uitgezonderd de WO-II vraag).
Gr. Ben
Quote selectie