De kans op een toevallige serie van drie opeenvolgende koude winters, de langste gevonden reeks in de periode 1707-2008, is dus zo'n 160/10000, dus 1,6% (1 op 63). Vervolgens zegt Ben: De kans dat dit toeval is ligt nog boven het significantieniveau van 1% (maar ónder het 5% significantieniveau). Daarmee wil m.i. gezegd zijn dat dergelijke series bijzonder zijn, op significant niveau, maar
Dus een kans van 1,6 procent is niet zodanig bijzonder dat je serieus kunt twijfelen of het toeval is. Nou weet ik niet wie die grens heeft bepaald; maar 1,6 procent kans is voor mij zo laag dat de kans op toeval mijns inziens juist heel klein is...
Wel even opletten: het merkwaardige cijfer komt louter en alleen voort uit het feit dat er geen reeksen van vier of langer bestaan, terwijl die wel verwacht mochten worden. Het aantal drie winters op een rij is volkomen naar verwachtingswaarde.
Vier winters of meer is kennelijk verboden (met een zekerheid van 98.4 %). Dàt is ietwat bizar.
Quote selectie