Dat baseer ik op de maanden met een soortgelijk gemiddelde die zijn opgetreden. Zoals aangegeven is dit aantal idd dalende, maar in de trend past een aantal van circa 4 of 5 in de 21e eeuw.
[...]
N.a.v. mei had het KNMI geschreven dat zo'n maand in een opwarmend klimaat 1x in de 100 jaar voorkomt. Dus ik vraag me af waar je 1x in de 20 jaar op baseert?
Het klimaat verandert echter wel. In Nederland is de gemiddelde meitemperatuur de afgelopen eeuw sterk gestegen. De stijging van de temperatuur in mei was in ons land over de periode 1950-2009 ongeveer drie keer zo groot als de wereldgemiddelde temperatuur. Deze trend is in Figuur 1 aangegeven met de groene lijn. Nemen we de koude meimaand van 2010 mee in de berekening dan is de temperatuurstijging van mei in ons land uiteraard minder sterk, maar nog steeds 2,5 keer de wereldgemiddelde temperatuurstijging.
De uitschieters ten opzichte van de groene lijn zijn een gevolg van de van nature grillige weervariaties rond de opwarming. De meitemperatuur van 2010 was de grootste uitwijking in de reeks met een temperatuur van 3,3 ºC onder de trendlijn. Met behulp van extremenstatistiek kan geschat worden dat de herhalingstijd voor zo'n uitwijking naar de koude kant ongeveer 100 jaar is.
Een willekeurige maand van het jaar met een uitwijking naar beneden zo groot als die van mei 2010 of groter komt ongeveer eens in de 15 jaar voor: elk jaar zijn er twaalf kansen om zo'n extreem te realiseren. De afwijkingen van andere extreme maanden uit het recente verleden waren uitzonderlijker. De zeer warme september 2006 gaf met dezelfde rekenmethode een herhalingstijd van 350 jaar in een veranderend klimaat, voor de warme april 2007 was de herhalingstijd 650 jaar en de uitzonderlijke warme juli 2006 had rekening houdend met de opwarming een herhalingstijd van eens in de 1100 jaar.
Quote selectie