Naar aanleiding van een discussie op het algemene forum gisteren begin ik hier een apart topic over de verdeling van hittegolven in NL in de tijd.
Mijn stelling was dat de hittegolven zo ongelijk over de jaren verdeeld zijn dat er kennelijk jaren zijn waarin ze makkelijker optreden, door wat voor oorzaak dan ook. Oftewel, ze komen vaak niet alleen, maar vaak enkele jaren na elkaar of met een jaar er tussen, en dan niet alleen door toeval.
Ben Lankamp voerde aan dat 'clusters' van hittegolven ook makkelijk door toeval konden ontstaan.
Ik heb er (met beperkte statistische middelen) nog eens verder naar gekeken. Als we kijken naar het aantal jaren met een hittegolf over langere periodes dan levert dat het volgende beeld op:
Over een periode van 30 jaar (doorlopende som van het aantal jaren) dan zien we periodes met veel hittegolven (1911-1950), dan een periode met geen (1951-1974) of vrijwel geen (1951-1980), en dan weer een periode met veel (1981-2006).
Om na te gaan of dit beeld ook door toeval ontstaan kan zijn heb ik een fictieve reeks gemaakt met een randomgenerator, waarbij de kans op een hittegolf het zelfde is als in werkelijkheid in de periode 1901-2013. Die kans is 28,3 %. Vervolgens heb ik daar dezelfde grafieken mee gemaakt. Dat levert dit plaatje op:
We zien dat er inderdaad ook spontaan clusters met opeenvolgende jaren met hittegolven kunnen ontstaan, in twee gevallen zelfs drie opeenvolgende jaren. Het aantal clusters is wel duidelijk minder dan werkelijk is voorgekomen, en de langjarige statistiek schiet veel minder heen en weer.
Conclusie voor mij: toeval is niet uit te sluiten, maar het lijkt er nog steeds op dat door een onbekende factor er periodes zijn met veel hittegolven en met weinig. Een soort micro-schommelingen in het klimaat die op het randje liggen van wat statistisch aantoonbaar is.
Is er statistisch meer uit te halen? Klik
hier voor een excelbestand met de gegevens.
Bart
Quote selectie