24 jaar lang, van 1951 tot 1975, trad er geen hittegolf op. Dit alleen toeschrijven aan toeval is niet plausibel, maar ook de onderstaande verklaring vind ik tekortschieten.
Het hangt vermoedelijk samen met verminderd zonlicht ten gevolge van de flinke toename in aerosolen door de oorlogsindustrie en wederopbouw naderhand. Verder was er vrij veel vulkanische activiteit, roet en stof daarvan zorgde ook voor een mindering in inkomend zonlicht.
De zwavelvervuiling (en de uitstoot van roet) door de industrie was al een milieuprobleem sinds het midden van de 19e eeuw (in deel twee van hun bespreking van de winter van 1882 in Weerspiegel zullen Sebastiaan en Vincent op daarop ingaan, 1888 was ook een berucht jaar). Dat probleem was heus niet verholpen bij aanvang van de Tweede Wereldoorlog, om eerst twaalf jaar later vanaf de 'Great Smog' weer op te spelen (bedenk dat de hittegolven van 1947, 1948 en 1950 zich vlak hiervoor voordeden).
Vulkanisme wordt vaker aangevoerd als drijfveer van klimatologische variaties (bijvoorbeeld ook de afkoeling van de Kleine IJstijd), maar te weinig wordt een eventueel verband gestaafd met bewijs. Was de periode van 1950 tot 1975 echt zo rijk aan vulkanische activiteit, vergeleken met het tijdperk ervoor en erna? De uitbraak van de st. Helens had inderdaad jarenlang invloed op de atmosfeer, maar die vond plaats in mei 1980 en kon de hittegolven kort daarna (die van 1982 en 1983)niet verhoeden.
Dat is echter verklaarbaar, omdat het West-Europese klimaat in het midden van de vorige eeuw (toen er amper hittegolven waren), koeler was.
En dan de afkoeling van 1940 - 1975 die aangevoerd wordt als reden voor de vermindering van het aantal hittegolven. Die wordt vaak overdreven. Globaal gezien in ieder geval was er hoogstens sprake van een stagnatie van de opwarming (zie plaatje en link hieronder), maar ook voor De Bilt was het verschil niet significant. (9,4 graden; 1936 - 1950, de jaren met de relatief de meeste hittegolven tegenover 9,2 graden voor het hittegolfloze tijdperk van 1951 -1974, data KNMI)
Quote selectie