Maar kunnen we het ook simpel benaderen? In de werkelijke gegevens zit een reeks van 24 jaar zonder hittegolf. De kans op een hittegolf is 28,3 %.
De kans op een reeks van 24 jaar zonder hittegolf is dan volgens mij (1 - 0,283)^24. Dat is 0,034%.
Je praat nu over de kans op een jaar met een hittegolf, niet een hittegolf an sich. Er kan immers meer dan 1 hittegolf in een zomer zijn. Een zomer heeft vijftien niet-overlappende perioden van 5 dagen, dus ook zoveel theoretische hittegolven. Een periode van 113 jaren is wel tamelijk kort om de kans die je noemt redelijk te schatten, voor koude winters was 307 jaren betrouwbaarder. Maar inderdaad, als de kans op tenminste één hittegolf in een willekeurig jaar, circa 28% is, is de kans op vierentwintig jaar lang géén hittegolf minder dan 1%. Dat is echter verklaarbaar, omdat het West-Europese klimaat in het midden van de vorige eeuw (toen er amper hittegolven waren), koeler was. Omdat hittegolven gaan over extremen, zou je eigenlijk ook moeten normaliseren voor verandering in de jaargemiddelde temperatuur. Je kan dan zien of de mechanismen die ten grondslag liggen aan hittegolven, daadwerkelijk zijn veranderd, of dat de kans op een hittegolf simpelweg niet-constant is, omdat het klimaat gemiddeld over twee of drie decennia wat warmer of koeler is.
Gr. Ben
Quote selectie