Een hittegolf komt nogal nauw (net wel of net geen 25 of 30 graden) en dat maakt dat je daar niet goed conclusies aan kan verbinden.
Dat is een ander argument... eerste vraag was of de ongelijke verdeling wel of niet op toeval berust. Hittegolven kunnen zich statistisch anders gedragen dan warme zomers, omdat het over een aaneengesloten periode van 5 dagen gaat, en niet meer. Maar als de meetwaarden niet helemaal homogeen zijn is de statistiek daar wel gevoelig voor inderdaad.
Het hangt vermoedelijk samen met verminderd zonlicht ten gevolge van de flinke toename in aerosolen door de oorlogsindustrie en wederopbouw naderhand. Verder was er vrij veel vulkanische activiteit, roet en stof daarvan zorgde ook voor een mindering in inkomend zonlicht.
Dank! Zelf dacht ik ook nog aan de grote aantallen bovengrondse kernproeven uit de vijftiger en zestiger jaren. Wat er toen allemaal is uitgespookt dat was niet misselijk. We maken ons nu druk over het noordpoolgebied, maar de zwaarste kernbom ooit, de 'Tsar Bomba' is in 1961 tot ontploffing gebracht boven Nova Zembla. De gevolgen voor het gebied moeten verschrikkelijk geweest zijn. Het kan niet anders dan dat dat ook klimaatinvloeden heeft gehad.
Quote selectie