Hierboven zag ik dat het hoogst geregistreerde percentage zonneschijn (in Nederland of in De Bilt) 97% is, op 11 november 1971, als ik die datum goed onthouden heb. Dat de recordwaarde in november voorkwam is op het eerste gezicht wat vreemd, omdat de zon dan minder snel boven de horizon komt dan in het zomerhalfjaar. Maar deze meting is nog gedaan met de vroeger algemeen gebruikte Campbell-Stokes zonneschijnmeter, waarin iedere dag een nieuwe registratiestrook werd gelegd. De registratie van die stroken kwam rond 100 W/m² op gang. Dat wil zeggen: gerekend per oppervlak loodrecht op de richting waarin de zon staat. Zo staat het ook in de definitie op blz. 1 van het door jou genoemde KNMI-rapport (al is de grens dan nu bij 120 W/m² gelegd). Als het goed is worden KNMI-metingen ook gedaan met een sensor die de zon volgt.
Mijn vraag is nu: is dit ook werkelijk het geval? Want op deze heldere dagen zit je in ruim een kwartier aan 120 W/m², zodat je per dag niet veel meer dan een half uur mist. Dat is zo'n 4%. Vandaar ook dat het record 97% is. En dat zou met deze heldere condities op veel stations ook bereikt moeten worden. Maar dat gebeurt niet? Ik zie percentages van ruim 90%, zeg 92%. Dat kan ik begrijpen als de gehanteerde grenswaarde 120/m² is op een horizontaal oppervlak; dan verlies je aan het begin en eind van de dag een half uur of iets meer. Dus eigenlijk kan ik de metingen alleen begrijpen als er verkeerd gemeten wordt?!
Wie kan hier uitsluitsel over geven?
Vanuit de WMO is zonneschijn gedefinieerd als directe zon-irradiantie van minimaal 120 W/m². Zie hier. Als meetmethoden worden geaccepteerd:
In de praktijk worden hoofdzakelijk de pyranometrische methode en de brandmethode gebruikt. Bij de WMO in Genève wordt ook de pyrheliometrische methode gebruikt ter validatie.
Als er dus wordt gemeten met een pyranometer gaat het om de straling gemeten op een horizontaal vlak. Wanneer diffuse straling niet wordt gemeten maar enkel globale straling (som van diffuus en direct), wordt de diffuse straling middels parameterisatie verdisconteerd. Het KNMI gebruikt een CM11-pyranometer die enkel globale straling meet. De parameterisatie gebeurt met het Slob-algoritme, door de WMO aanbevolen (annex 8.a uit de link hierboven).
Gr. Ben
Quote selectie